Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
Deze algemene maatregel van bestuur vormt een uitwerking van de artikelen 75, 76, 77 en 81 van de Flora- en faunawet. Dit besluit breidt de mogelijkheden uit voor het geven van ontheffingen en vrijstelling om in strijd met de verboden van de Flora- en faunawet te kunnen handelen. De Flora- en faunawet biedt maar in een aantal gevallen mogelijkheden om bijvoorbeeld vogels te verontrusten, te doden of hun nesten te vernielen. Dit werd in de praktijk als belemmerend ervaren. Deze vrijstelling schept dus meer mogelijkheden door ook vrijstellingen voor ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden in de land- en bosbouw te kunnen verlenen. Inmiddels is in de jurisprudentie bepaald dat wat vogels betreft voor ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en vanwege dwingende redenen van groot openbaar belang geen vrijstelling mag worden verleend wegens strijd met de Vogelrichtlijn.
Dit besluit moet in samenhang gelezen worden met de Flora- en faunawet en de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. Het is erg lastige materie, die voor een aantal onderwerpen wordt uitgewerkt bij de veelgestelde vragen over bepaalde thema's.
