Veelgestelde vragen

 

 

WATERGANGEN: Onderhoud hieraan, mag dat tijdens het broedseizoen?

Onderhoud aan sloten en oevers kan vooral in het broedseizoen voor vogels verstorend zijn of er zelfs voor zorgen dat hun nestgelegenheid verdwijnt. Het is daarom belangrijk dat dit noodzakelijke onderhoud op gepaste wijze wordt uitgevoerd. Het onderhoud moet plaatsvinden in overeenstemming met de regels van het waterschap. Daarin zijn echter niet altijd ecologische vereisten verwerkt. Als de werkzaamheden evenwel strijdig zijn met de bescherming van vogels zoals die door de Flora- en faunawet wordt geregeld, dan moet er voor het onderhoud een ontheffing worden aangevraagd óf men moet te werk gaan volgens een goedgekeurde gedragscode.
Voor meer informatie kunt u de onderstaande deelvragen openen. Hier wordt ook beschreven welke actie u kunt ondernemen tegen overtredingen van de regels.

1
Is het gebied een beschermd natuurgebied?

Natuurgebieden kunnen in Nederland op verschillende manieren beschermd zijn; afhankelijk van de status van een gebied gelden er bepaalde regels. De belangrijkste soorten natuurgebieden zijn: Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden, Beschermde natuurmonumenten, Beschermde leefomgevingen en gebieden die planologische beschermd worden via bestemmings- en streekplannen.

Hoe weet u of een gebied onder een van deze regelingen valt?

Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden en Beschermde natuurmonumenten:
Op de website van het ministerie van LNV vindt u een overzicht van deze gebieden en de natuurwaarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen.

Beschermde leefomgeving:
Van deze categorie is geen online overzicht beschikbaar. U zult bij de provincie moeten navragen of er gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid. De meeste provincies doen dit overigens niet.

Planologische bescherming:
De website van de provincie toont meestal het geldende streekplan, inclusief een kaart waarop de verschillende functies zijn ingetekend zoals de Ecologische Hoofdstructuur. Ook worden er natuurgebiedsplannen gepresenteerd; daarin staan de grenzen en de doelen van het gebied beschreven. Bij de gemeente (soms op de website) is het bestemmingsplan in te zien waar de functie van een gebied vermeld staat, bijvoorbeeld groen of landelijk gebied.

2
Beschermd gebied: Welke regels gelden er?

Klik op een van de onderstaande gebiedstypen en u komt automatisch uit bij de regels die gelden in dat gebied. Overigens geldt dat vogels, hun nesten en eieren in deze gebieden niet alleen beschermd worden door de Natuurbeschermingswet (bescherming van gebieden) maar ook profiteren van de zogenaamde soortenbescherming van de Flora- en faunawet. Dus de bescherming die buiten de natuurgebieden geldt, geldt ook voor de vogels in de natuurgebieden.

Vogel- en Habitatrichtlijngebied
Beschermde natuurmonumenten
Beschermde leefomgeving
Planologische beschermd gebied

Vogel- en Habitatrichtlijngebied:
Voorheen werden deze gebieden rechtstreeks beschermd door de Vogel- en de Habitatrichtlijn. Inmiddels zijn de regels van deze Europese richtlijnen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en hoeft er alleen nog naar deze wet gekeken te worden. In de richtlijngebieden mag de kwaliteit van het gebied niet verslechteren en de diersoorten waarvoor het gebied is aangewezen mogen niet significant verstoord worden (verstoring en verslechtering). Het gebied moet dus behouden of verbeterd worden om achteruitgang te voorkomen. Deze verplichting kan ingrijpende maatregelen vereisen voor het beheer of bestaande activiteiten. Hij betekent ook dat alle nieuwe ontwikkelingen die effecten op de natuurwaarden van het gebied kunnen hebben, getoetst en beoordeeld moeten worden.

Het verschil tussen een Vogelrichtlijn- en een Habitatrichtlijngebied, is dat een Vogelrichtlijngebied aangewezen is en beschermd moet worden voor de instandhouding van bepaalde vogelsoorten. In een Habitatrichtlijngebied draait de bescherming juist om andere diersoorten dan vogelsoorten en om bepaalde habitattypes. In de toetsing moet er dus gekeken worden of de waarden waarvoor het specifieke gebied is aangewezen, in gevaar dreigen te komen.

De Natuurbeschermingswet stelt strenge eisen aan de goedkeuring van een nieuw plan of project in of nabij een vogelrichtlijngebied, wanneer het plan of project niet noodzakelijk is voor het beheer van het gebied. Er moet eerst een voortoets worden gedaan die bepaalt of het plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben voor het gebied. Een uitgebreid onderzoek is niet nodig, maar als de effecten significant zijn of onbekend of onzeker, dan moet er een passende beoordeling plaatsvinden om te toetsen of het plan significante negatieve effecten kan hebben voor het gebied. Er mag alleen een natuurbeschermingswetvergunning voor het project verleend worden als uitgesloten kan worden dat zich significante negatieve effecten zullen voordoen, óf als er een dwingende reden van groot openbaar belang speelt, er bovendien geen alternatieve oplossing bestaat én de verloren natuurwaarden gecompenseerd worden.

Het is belangrijk om erop te letten dat er een correcte passende beoordeling heeft plaatsgevonden, aangezien het vaak voorkomt dat erg gemakkelijk geconcludeerd wordt dat er geen passende beoordeling hoeft plaats te vinden of dat niet alle belangrijke aspecten worden onderzocht.

Wanneer uit de voortoets blijkt dat er mogelijk negatieve effecten zullen zijn, maar dat uitgesloten is dat deze significant zijn, dan moet er een verslechterings- en verstoringstoets worden uitgevoerd. Alleen wanneer uit deze toets blijkt dat de effecten aanvaardbaar zijn, kan er een vergunning worden verleend. Uit de rechtspraak zal nog moeten blijken wat er onder aanvaardbaar moet worden verstaan; zeker is dat het niet om significante effecten kan gaan. Dan moet er immers een passende beoordeling worden uitgevoerd.

De handreiking bij de Natuurbeschermingswet 1998 van het ministerie van LNV geeft uitgebreide en goed leesbare informatie over dit onderwerp.

Beschermd natuurmonument
Een beschermd natuurmonument wordt, net als een Vogelrichtlijngebied, beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. De regels verschillen echter voor de twee gebieden. De beschermde natuurmonumenten zijn aangewezen vanwege hun natuurschoon en/of natuurwetenschappelijke waarde. In de aanwijzingsbesluiten van de gebieden staat aangegeven wat de specifieke kenmerken zijn en dat deze in stand moeten worden gehouden. Als handelingen in of in de buurt van het gebied significante gevolgen kunnen hebben voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren of planten in een beschermd natuurmonument, wordt een vergunning alleen verleend als het zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Tenzij dwingende redenen van groot openbaar belang spelen.

Overigens zijn er beschermde natuurmonumenten die tevens zijn aangewezen als Vogel- of Habitatrichtlijngebied; in dat geval vervalt de status van natuurmonument en worden de doelstellingen van het gebied zoals die blijken uit het ‘aanwijzingsbesluit beschermd natuurmonument' overgenomen in het aanwijzingsbesluit van het richtlijngebied. 

De Handreiking bij de Natuurbeschermingswet 1998 geeft uitgebreide maar goed leesbare informatie over de beschermde natuurmonumenten en de vergunningverlening.

Beschermde leefomgeving:
De beschermde leefomgeving is meestal geen groot gebied maar een plaats die essentieel is voor de overleving van een bepaalde diersoort, zoals een zandwand waar oeverzwaluwen in broeden of een dassenburcht. Deze plaatsen kunnen worden aangewezen als beschermde leefomgeving onder de Flora-en faunawet. De provincie kan een gebied aanwijzen en voorschriften opstellen over wat er wel en niet is toegestaan in deze omgeving. Wanneer iemand van plan is in strijd met deze voorschriften te handelen, moet hiervan een kennisgeving gedaan worden aan de provincie. De provincie kan dan voorschriften verbinden aan deze handelingen of schriftelijk mededelen dat zij bezwaar heeft tegen de handelingen. Wanneer de provincie niks van zich laat horen, worden de handelingen stilzwijgend goedgekeurd en kunnen de handelingen zonder meer plaatsvinden!

Planologische functie natuur, buitengebied of Ecologische Hoofdstructuur:
Planologische regelingen zoals bestemmingsplannen en streekplannen kennen functies toe aan bepaalde gebieden zoals de functie natuur, buitengebied, recreatie of wonen. Per gebied kunnen er aan de hand van de functie bepaalde voorwaarden verbonden worden aan het gebruik van het gebied. Er kan dus per gebied gekeken worden of de bestemmingsplannen of streekplannen bescherming bieden door de gestelde voorschriften. Daarbij zijn streekplannen abstracter en bestrijken ze een groter gebied dan bestemmingsplannen.

Een heel speciale planologische bescherming wordt geboden voor de gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).Wanneer de EHS gereed is vormt die een natuurlijk netwerk van natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De natuurgebieden zijn vaak aangewezen als beschermd natuurmonument, Vogel- of Habitatrichtlijngebied of als nationaal landschap. De bescherming van de Ecologische hoofdstructuur wordt geregeld via het Structuurschema Groene Ruimte, streekplannen en bestemmingsplannen; hieruit blijken de voorschriften die gelden voor het gebied.

De volgende websites bieden veel informatie over bestemmingsplannen en streekplannen: Bestemmingsplan.nl, het Milieuloket, Ecologische Hoofdstructuur.

3
Beschermd gebied: Wat kunt ú doen?

Wanneer u een situatie constateert waarin er onterecht zonder vergunning of in strijd met de vergunning of voorschriften gehandeld wordt, is het belangrijk dat u dit goed in kaart brengt; exacte locatie, activiteit, betreffende vogelsoorten en tijdstip. Hierdoor kunt u later, indien nodig,  uw bevindingen goed onderbouwen.

Vaak als u een overtreding constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de AID kan dit ook voor u nagaan.

De mogelijkheden om actie te ondernemen verschillen per gebiedstypen. Klik hieronder op het gebied waar u mee te maken hebt en u kunt lezen wat u in dat gebied kunt doen.

Vogel- of Habitatrichtlijngebied, beschermd natuurmonument
Beschermde leefomgeving
Planologisch beschermde gebieden

Vogel- of Habitatrichtlijngebied of beschermd natuurmonument:

Wanneer er nog geen vergunning is verleend:

  • Voorkomen is beter dan genezen:
    Probeer in overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein tot een oplossing te komen. Dit verdient in eerste instantie de voorkeur boven juridische procedures.
  • Zienswijze indienen voor beheerplan:
    Er wordt een beheerplan opgesteld voor elk Vogel- en Habitatrichtlijngebied waarin de instandhoudingsdoelstellingen en de te nemen beheermaatregelen staan beschreven en hoe deze zich verhouden tot bestaande activiteiten in het gebied. Zo'n plan geeft dus weer waarom een gebied belangrijk is en hoe het in stand gehouden moet worden. Een beheerplan wordt per gebied opgesteld en vormt het toetsingskader voor de aanvraag van een vergunning onder de Natuurbeschermingswet. Het is dus belangrijk om uw zienswijze in te brengen zodat u invloed heeft op de latere vergunningverlening. Beheerplannen worden opgesteld door het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het gebied; dat kan de provincie zijn, maar ook het ministerie van LNV of Rijkswaterstaat. In de handreiking bij beheersplannen staat in bijlage A een voortouwtabel opgenomen zodat u kunt zien wie het beheersplan moet vaststellen:

Wanneer er reeds een vergunning is verleend:

  • Bezwaarschrift indienen:
    Bij het bestuursorgaan dat de vergunning heeft verleend, kunt u een bezwaarschrift indienen tegen de vergunning als u belanghebbende bent.
  • In beroep gaan: 
    Wanneer u het niet eens bent met de beslissing op het door u ingediende bezwaar, dan kunt u hiertegen beroep instellen. Wanneer het een vergunning betreft van de Natuurbeschermingswet, dan dient u deze in bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook hier geldt dat beroep alleen kan worden ingesteld door belanghebbenden.
  • Voorlopige voorziening:
    Vanaf het moment dat de benodigde vergunningen zijn afgegeven, kan er gestart worden met de werkzaamheden waarvoor een vergunning is afgegeven, ook al heeft u een bezwaar of beroepschrift ingediend. Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter verzoeken te beslissen dat de vergunning niet gebruikt kan worden totdat er besloten is op uw bezwaar of beroep. U moet dan wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. Op deze manier kan onomkeerbare schade aan de natuur voorkomen worden.

Wanneer er in strijd met de vergunning of zonder vergunning wordt gehandeld:

  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de vergunning of zonder vergunning activiteiten plaatsvinden, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om ook echt aangifte te doen, omdat de politie een melding makkelijker naast zich neer kan leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Kijk voor het telefoonnummer op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot intrekking vergunning en verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de vergunning óf wanneer de situatie in het gebied zoveel veranderd is dat onder die omstandigheden een vergunning nooit afgegeven zou zijn, óf als er ten onrechte zonder vergunning wordt gehandeld, kunt u een verzoek doen tot intrekking van de vergunning of tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn aan het orgaan dat de vergunning heeft verleend of had moeten verlenen.


Beschermde leefomgeving:

Wanneer de door u bestreden activiteit nog niet plaatsvindt:

  • Voorkomen is beter dan genezen:
    Probeer in overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein tot een oplossing te komen. Dit verdient altijd de voorkeur boven juridische procedures.
  • Zienswijzen indienen:
    Bij het bestuursorgaan dat goedkeuring moet verlenen voor de activiteit, kunt u een zienswijze indienen met uw mening over de geplande activiteit.
    Er is geen vergunningenstelsel verbonden aan een aanwijzing van een gebied als beschermde leefomgeving. Dit betekent dus dat er geen speciale vergunning nodig is voor activiteiten in dit gebied. Wanneer u in een vroeg stadium wilt laten weten dat u het niet eens bent met een bepaalde activiteit, dan kunt u een zienswijze indienen tegen vergunningen die wél nodig zijn zoals bijvoorbeeld een kapvergunning of een bouwvergunning. 
    Wel kunt u gedeputeerde staten erop attent maken dat er schadelijke activiteiten gaan plaatsvinden in een beschermde leefomgeving. Er worden weliswaar geen vergunningen verleend, maar de activiteit moet wel gemeld worden en u kunt gedeputeerde staten verzoeken om hier voorschriften aan te verbinden.

Wanneer de door u bestreden activiteit reeds plaatsvindt:

  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Kijk voor het telefoonnummer op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de regels kunt u een verzoek doen tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn Gedeputeerde Staten.

 

Indien het gebied niet als beschermde leefomgeving is aangewezen, maar volgens u wel in aanmerking zou kunnen komen. Dan kunt u bij de Provincie hiertoe een verzoek indienen. Als de provincie niet op uw verzoek wil ingaan, dan kunt u hiertegen bezwaar en beroep aantekenen als u belanghebbende bent.

Bescherming o.g.v.  het bestemmingsplan:
Als het bestaande bestemmingsplan een activiteit niet toelaat, dan betekent dat niet automatisch dat de activiteit geen doorgang kan vinden. De gemeente kan er dan voor kiezen om vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen of het kan het bestemmingsplan wijzigen. Hieronder wordt beschreven wat u in beide situaties kunt doen.

De gemeente verleent een vrijstelling:

Wanneer de vrijstelling nog niet is verleend:

  • Zienswijzen indienen:
    U kunt een zienswijze indienen bij de gemeente die de vrijstelling mag verlenen.  

Wanneer de vrijstelling al verleend is.

  • Bezwaarschrift indienen:
    U kunt bij de gemeente een bezwaarschrift indienen tegen de verleende vrijstelling.  
  • Beroep bij de rechtbank:
    Als de gemeente uw bezwaarschrift ongegrond heeft verklaard, dan kunt in beroep gaan tegen deze beslissing bij de rechtbank.
  • Voorlopige voorziening verzoeken:
    Op het moment dat er een vrijstelling is afgegeven mag er gestart worden met de activiteit waarvoor de vrijstelling is verleend, ook al zijn er bezwaren ingediend. Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter vragen om te beslissen dat de vrijstelling voorlopig niet geldig is totdat er besloten is op bezwaar en eventueel beroep. (De werking wordt geschorst). U moet dan echter wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. Op deze manier kan onherstelbare schade aan de natuur voorkomen worden.

Wanneer er in strijd met de vrijstelling of zonder vrijstelling gehandeld wordt.

  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de vrijstelling of zonder vrijstelling wordt gehandeld, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om echt aangifte te doen, aangezien de politie een melding makkelijker naast zich neer kunnen leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan meldingen gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de vrijstelling óf wanneer er ten onrechte zonder vrijstelling wordt gehandeld, kunt u een verzoek doen tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn aan het orgaan dat de vergunning heeft verleend of had moeten verlenen.


Het bestemmingsplan aanpassen

Als het bestemmingsplan nog niet aangepast is.

  • Inspraak:
    Bij de inspraakbijeenkomsten die de gemeente organiseert, kunt u inspreken op de plannen die de gemeente heeft.
  • Zienswijzen:
    Op het ontwerp-bestemmingsplan kunt zienswijzen indienen bij de gemeente.

Als het bestemmingsplan al aangepast en vastgesteld is.

  • In beroep:
    Bij de rechtbank kunt u in beroep gaan tegen het bestemmingsplan als u reeds een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan.

Als er in strijd met het aangepaste bestemmingsplan wordt gehandeld.

  • Verzoeken om handhaving:
    U kunt dan de gemeente verzoeken om het bestemmingsplan te handhaven. De website van Milieuhulp geeft informatie over hoe u dit aan kunt pakken.

 

4
Is er toestemming nodig voor onderhoud?

Sloten en oevers worden voor een deel onderhouden door het waterschap en voor een deel door de (particuliere) eigenaren van het aangrenzende perceel. Wie er onderhoudsplichtig is voor een bepaalde sloot, is te zien op de ‘legger'; een kaart van het waterschap. Om onderhoud te verrichten is in eerste instantie geen toestemming nodig, het is zelfs een verplichting. In de ‘keur' van het waterschap staat aangegeven aan welke vereisten dit onderhoud moet voldoen. Door de onderhoudsmaatregelen zouden vogels verstoord kunnen worden; dat is strijdig met de verboden in de Flora- en faunawet. Er kan daarom een ontheffing van de Flora- en faunawet nodig zijn om verplichte onderhoudsmaatregelen uit te kunnen voeren.

5
Is het onderhoud in strijd met de Flora- en faunawet?

Om te bepalen of het werk in strijd is met de bescherming van vogels, wordt er gekeken naar de verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet (artikel 9 tot en met 12).

  • Het verbod op het doden of verwonden van vogels:
    Hierop kan inbreuk gemaakt worden wanneer er tijdens het broedseizoen onderhoud verricht wordt en de nog jonge vogels niet weg kunnen vliegen.
  • Het verbod op het opzettelijk verontrusten van vogels:
    Hierop kan inbreuk gemaakt worden wanneer er vogels verblijven in of rondom de sloten. Het ministerie van LNV is van mening dat er buiten het broedseizoen niet snel sprake is van opzettelijke verontrusting, zolang er zorgvuldig gehandeld wordt. Tijdens het broedseizoen is het echter goed mogelijk dat er vogels verstoord worden bij onderhoud aan sloten.
  • Het verbod op het beschadigen, wegnemen of verstoren van nestgelegenheid:
    Hierop zal zeker inbreuk gemaakt worden wanneer vogels nesten hebben op de oevers en er onderhoud verricht wordt tijdens het broedseizoen. Het ministerie van LNV legt het begrip nesten uit als: plaatsen voor het vervaardigen van eieren en het verzorgen van jongen. Zolang de nesten bewoond zijn, zijn zij beschermd. Nesten die het hele jaar door worden gebruikt (de nesten van standvogels) zijn dus ook buiten het broedseizoen beschermd. Hetzelfde geldt voor nesten van soorten die jaarlijks terugkeren naar het zelfde nest en daarvan afhankelijk zijn om te broeden. Het ministerie van LNV hanteert een lijst met vogelsoorten waarvan de nesten ook buiten het broedseizoen zijn beschermd. Daarnaast heeft LNV een uitleg gepubliceerd over de manier waarop bij ruimtelijke ingrepen buiten het broedseizoen met die nesten rekening moet worden gehouden.
  • - Het verbod op het uitnemen, beschadigen en vernielen van eieren:
    Hierop kan inbreuk gemaakt worden wanneer er tijdens het broedseizoen gewerkt wordt.

 

Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de verboden in de Flora- en faunawet, moet er een ontheffing worden aangevraagd of gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. De Unie van Waterschappen heeft een dergelijke gedragscode. Wanneer het waterschap dus het onderhoud uitvoert, werkt die waarschijnlijk volgens deze gedragscode, maar zij kunnen ook een ontheffing aanvragen.  

6
Bestaan er uitzonderingen voor onderhoud aan sloten?

Van de verboden van de Flora- en faunawet kan ontheffing worden verleend als er voldaan wordt aan de voorwaarden. Deze ontheffingen kunnen aangevraagd worden bij het ministerie van LNV. Klik hier voor meer informatie over deze ontheffing(svoorwaarden).

7
Kan er gewerkt worden met een gedragscode?

Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de verboden in de Flora- en faunawet, moet er een ontheffing worden aangevraagd van de Flora- en faunawet. Er kan echter ook gekozen worden om in plaats van een ontheffing aan te vragen, te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. De Unie van Waterschappen heeft een dergelijke gedragscode opgesteld. Wanneer een waterschap volgens deze gedragscode werkt hoeft er geen afzonderlijke ontheffing te worden aangevraagd. Een waterschap mag dus kiezen tussen ontheffing aanvragen en werken volgens de gedragscode. Klik hier voor de volledige tekst van de gedragscode.

De belangrijkste normen uit de gedragscode zijn:

  • De gedragscode kan gebruikt worden voor werkzaamheden in het kader van 'bestendig beheer en onderhoud' dus ook voor onderhoud aan sloten.
  • Broedkolonies en andere vaste nestplaatsen (o.a. nesholten van ijsvogels en oeverzwaluwen, oude bomen met spleten en holtes, oude gebouwen en bouwwerken) worden gespaard.
  • De uitwerking van de code volgt de volgende drie stappen:
    1. negatieve effecten voorkomen door geen of zo weinig mogelijk werkzaamheden uit te voeren in kwetsbare perioden;
    2. als werkzaamheden toch noodzakelijk zijn dienen effecten zoveel mogelijk te worden beperkt(er is sprake van noodzaak, als de primaire waterschapstaken dit vereisen en er geen alternatief is)
    3. als schade tenslotte niet voorkomen kan worden, moet deze op voorhand worden gecompenseerd volgens de geldende regels (deze regels zijn te vinden in de gedragscode.
  • Deze uitwerking in drie stappen is uitgewerkt voor onder andere het baggeren, maaien en schonen van sloten. Zie voor deze uitwerking de tekst van de gedragscode.
8
Wat kunt ú doen tegen overtredingen van de regels?

 

Stemmen

  • Het beheer van een gebied en een gedeelte van het onderhoud wordt gedaan door of in opdracht van het waterschap. Een bestuur van een waterschap wordt middels verkiezingen samengesteld; door uw stem uit te brengen heeft u dus invloed op het uiteindelijk beheer.

 

In geval van: handelen in strijd met de gedragscode

Wanneer er niet conform de gedragscode wordt gehandeld, dan wordt er in strijd met de Flora- en faunawet gehandeld, tenzij er sprake is van een noodsituatie. In een dergelijk geval is het excuseerbaar dat er niet volledig in overeenstemming wordt gehandeld met de gedragscode. Men dient echter altijd zo zorgvuldig mogelijk te handelen.

Wanneer u signaleert dat er onterecht in strijd met de gedragscode wordt gewerkt, kunt u verschillende wegen bewandelen.

  • Overleg:
    Probeer in overleg met de eigenaar of het waterschap tot een gezamenlijke oplossing te komen. In eerste instantie verdient dit de voorkeur boven juridische procedures.
  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de normen uit de gedragscode wordt gehandeld, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie.
  • AID Groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan men melding maken van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Het telefoonnummer kunt u vinden op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot het opleggen van bestuursdwang of dwangsom:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de gedragscode, kunt u een verzoek doen tot het opleggen van bestuursdwang of een dwangsom.

 

In geval van: Handelen in strijd met de Flora- en faunawet. 

  • Er wordt in strijd met de Flora- en faunawet gehandeld als er eigenlijk een ontheffing van de Flora- en faunawet aangevraagd had moeten worden, maar ook als deze ontheffing wel is aangevraagd, maar er werkzaamheden worden verricht die niet gedekt worden door de afgegeven ontheffing.
    Vaak als u een overtreding constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de AID kan dit ook voor u nagaan. Klik hier voor meer informatie over wat ú kunt doen.

Was deze informatie nuttig? Gebruik het contactformulier voor uitgebreide vragen en opmerkingen