Veelgestelde vragen

 

 

RECREATIE: Welke voorwaarden gelden er in beschermde natuurgebieden?

De natuur is er voor iedereen en het is ook erg belangrijk dat mensen kunnen blijven genieten van de natuur. Daarom worden er ook allerlei recreatieve voorzieningen aangelegd. Er moet wel in het oog worden gehouden wat de effecten hiervan zijn. Geplande recreatieve voorzieningen mogen geen negatieve effecten met zich meebrengen voor het gebied. In Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden kunnen onder omstandigheden zelfs bestaande recreatieve voorzieningen aan banden worden gelegd als blijkt dat de kwaliteit van de natuur achteruit gaat.

Ook is het belangrijk dat de totstandkoming van de voorzieningen zo min mogelijk inbreuk maakt op de bescherming van vogels. Met name de bouw van wegen en gebouwen zal tijdens het broedseizoen voor veel verstoring kunnen zorgen; het is dus beter om werkzaamheden buiten het broedseizoen te plannen.
Voor meer informatie kunt u de onderstaande deelvragen openen. Hier wordt ook beschreven welke actie u kunt ondernemen tegen overtredingen van de regels.

1
Is het gebied een beschermd natuurgebied?

Natuurgebieden kunnen in Nederland op verschillende manieren beschermd zijn; afhankelijk van de status van een gebied gelden er bepaalde regels. De belangrijkste soorten natuurgebieden zijn: Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden, Beschermde natuurmonumenten, Beschermde leefomgevingen en gebieden die planologische beschermd worden via bestemmings- en streekplannen.

Hoe weet u of een gebied onder een van deze regelingen valt?

Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden en Beschermde natuurmonumenten:
Op de website van het ministerie van E, L & I vindt u een overzicht van deze gebieden en de natuurwaarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen.

Beschermde leefomgeving:
Van deze categorie is geen online overzicht beschikbaar. U zult bij de provincie moeten navragen of er gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid. De meeste provincies doen dit overigens niet.

Planologische bescherming:
De website van de provincie toont meestal het geldende streekplan, inclusief een kaart waarop de verschillende functies zijn ingetekend zoals de Ecologische Hoofdstructuur. Ook worden er natuurgebiedsplannen gepresenteerd; daarin staan de grenzen en de doelen van het gebied beschreven. Bij de gemeente (soms op de website) is het bestemmingsplan in te zien waar de functie van een gebied vermeld staat, bijvoorbeeld groen of landelijk gebied.

2
Beschermd gebied: Welke regels gelden er?

Klik op een van de onderstaande gebiedstypen en u komt automatisch uit bij de regels die gelden in dat gebied. Overigens geldt dat vogels, hun nesten en eieren in deze gebieden niet alleen beschermd worden door de Natuurbeschermingswet (bescherming van gebieden) maar ook profiteren van de zogenaamde soortenbescherming van de Flora- en faunawet. Dus de bescherming die buiten de natuurgebieden geldt, geldt ook voor de vogels in de natuurgebieden.

Vogel- en Habitatrichtlijngebied
Beschermde natuurmonumenten
Beschermde leefomgeving
Planologische beschermd gebied

Vogel- en Habitatrichtlijngebied:
Voorheen werden deze gebieden rechtstreeks beschermd door de Vogel- en de Habitatrichtlijn. Inmiddels zijn de regels van deze Europese richtlijnen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en hoeft er alleen nog naar deze wet gekeken te worden. In de richtlijngebieden mag de kwaliteit van het gebied niet verslechteren en de diersoorten waarvoor het gebied is aangewezen mogen niet significant verstoord worden (verstoring en verslechtering). Het gebied moet dus behouden of verbeterd worden om achteruitgang te voorkomen. Deze verplichting kan ingrijpende maatregelen vereisen voor het beheer of bestaande activiteiten. Hij betekent ook dat alle nieuwe ontwikkelingen die effecten op de natuurwaarden van het gebied kunnen hebben, getoetst en beoordeeld moeten worden.

Het verschil tussen een Vogelrichtlijn- en een Habitatrichtlijngebied, is dat een Vogelrichtlijngebied aangewezen is en beschermd moet worden voor de instandhouding van bepaalde vogelsoorten. In een Habitatrichtlijngebied draait de bescherming juist om andere diersoorten dan vogelsoorten en om bepaalde habitattypes. In de toetsing moet er dus gekeken worden of de waarden waarvoor het specifieke gebied is aangewezen, in gevaar dreigen te komen.

De Natuurbeschermingswet stelt strenge eisen aan de goedkeuring van een nieuw plan of project in of nabij een vogelrichtlijngebied, wanneer het plan of project niet noodzakelijk is voor het beheer van het gebied. Er moet eerst een voortoets worden gedaan die bepaalt of het plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben voor het gebied. Een uitgebreid onderzoek is niet nodig, maar als de effecten significant zijn of onbekend of onzeker, dan moet er een passende beoordeling plaatsvinden om te toetsen of het plan significante negatieve effecten kan hebben voor het gebied. Er mag alleen een natuurbeschermingswetvergunning voor het project verleend worden als uitgesloten kan worden dat zich significante negatieve effecten zullen voordoen, óf als er een dwingende reden van groot openbaar belang speelt, er bovendien geen alternatieve oplossing bestaat én de verloren natuurwaarden gecompenseerd worden.

Het is belangrijk om erop te letten dat er een correcte passende beoordeling heeft plaatsgevonden, aangezien het vaak voorkomt dat erg gemakkelijk geconcludeerd wordt dat er geen passende beoordeling hoeft plaats te vinden of dat niet alle belangrijke aspecten worden onderzocht.

Wanneer uit de voortoets blijkt dat er mogelijk negatieve effecten zullen zijn, maar dat uitgesloten is dat deze significant zijn, dan moet er een verslechterings- en verstoringstoets worden uitgevoerd. Alleen wanneer uit deze toets blijkt dat de effecten aanvaardbaar zijn, kan er een vergunning worden verleend. Uit de rechtspraak zal nog moeten blijken wat er onder aanvaardbaar moet worden verstaan; zeker is dat het niet om significante effecten kan gaan. Dan moet er immers een passende beoordeling worden uitgevoerd.

De handreiking bij de Natuurbeschermingswet 1998 van het ministerie van E, L & I geeft uitgebreide en goed leesbare informatie over dit onderwerp.

Beschermd natuurmonument
Een beschermd natuurmonument wordt, net als een Vogelrichtlijngebied, beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. De regels verschillen echter voor de twee gebieden. De beschermde natuurmonumenten zijn aangewezen vanwege hun natuurschoon en/of natuurwetenschappelijke waarde. In de aanwijzingsbesluiten van de gebieden staat aangegeven wat de specifieke kenmerken zijn en dat deze in stand moeten worden gehouden. Als handelingen in of in de buurt van het gebied significante gevolgen kunnen hebben voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren of planten in een beschermd natuurmonument, wordt een vergunning alleen verleend als het zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Tenzij dwingende redenen van groot openbaar belang spelen.

Overigens zijn er beschermde natuurmonumenten die tevens zijn aangewezen als Vogel- of Habitatrichtlijngebied; in dat geval vervalt de status van natuurmonument en worden de doelstellingen van het gebied zoals die blijken uit het ‘aanwijzingsbesluit beschermd natuurmonument' overgenomen in het aanwijzingsbesluit van het richtlijngebied. 

De Handreiking bij de Natuurbeschermingswet 1998 geeft uitgebreide maar goed leesbare informatie over de beschermde natuurmonumenten en de vergunningverlening.

Beschermde leefomgeving:
De beschermde leefomgeving is meestal geen groot gebied maar een plaats die essentieel is voor de overleving van een bepaalde diersoort, zoals een zandwand waar oeverzwaluwen in broeden of een dassenburcht. Deze plaatsen kunnen worden aangewezen als beschermde leefomgeving onder de Flora-en faunawet. De provincie kan een gebied aanwijzen en voorschriften opstellen over wat er wel en niet is toegestaan in deze omgeving. Wanneer iemand van plan is in strijd met deze voorschriften te handelen, moet hiervan een kennisgeving gedaan worden aan de provincie. De provincie kan dan voorschriften verbinden aan deze handelingen of schriftelijk mededelen dat zij bezwaar heeft tegen de handelingen. Wanneer de provincie niks van zich laat horen, worden de handelingen stilzwijgend goedgekeurd en kunnen de handelingen zonder meer plaatsvinden!

Planologische functie natuur, buitengebied of Ecologische Hoofdstructuur:
Planologische regelingen zoals bestemmingsplannen en streekplannen kennen functies toe aan bepaalde gebieden zoals de functie natuur, buitengebied, recreatie of wonen. Per gebied kunnen er aan de hand van de functie bepaalde voorwaarden verbonden worden aan het gebruik van het gebied. Er kan dus per gebied gekeken worden of de bestemmingsplannen of streekplannen bescherming bieden door de gestelde voorschriften. Daarbij zijn streekplannen abstracter en bestrijken ze een groter gebied dan bestemmingsplannen.

Een heel speciale planologische bescherming wordt geboden voor de gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).Wanneer de EHS gereed is vormt die een natuurlijk netwerk van natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De natuurgebieden zijn vaak aangewezen als beschermd natuurmonument, Vogel- of Habitatrichtlijngebied of als nationaal landschap. De bescherming van de Ecologische hoofdstructuur wordt geregeld via het Structuurschema Groene Ruimte, streekplannen en bestemmingsplannen; hieruit blijken de voorschriften die gelden voor het gebied.

De volgende websites bieden veel informatie over bestemmingsplannen en streekplannen: Bestemmingsplan.nl, het Milieuloket, Ecologische Hoofdstructuur.

3
Beschermd gebied: Kunnen recreatie voorzieningen in strijd zijn met de bescherming?

Vogel- of Habitatrichtlijngebied:
Er wordt onderscheid gemaakt in de beoordeling van bestaande recreatieve activiteiten en geplande activiteiten. Belangrijk is om te weten dat recreatie die al jaren plaatsvindt, maar waarvoor jaarlijks een vergunning moet worden aangevraagd of die in omvang/aard veranderd is, gezien wordt als een nieuw plan of project.

Bestaand gebruik: dit valt onder artikel 21 van de Natuurbeschermingswet. Daarin staat dat er noodzakelijke maatregelen genomen kunnen worden door de provincie indien - gelet op de instandhoudingsdoelstellingen - de kwaliteit van de habitats in het aangewezen gebied verslechtert of als er significante verstoring optreedt voor de soorten waarvoor het gebied is aangewezen (verslechtering en verstoring).

Er wordt niet per recreatievoorziening bekeken of die achteruitgang of verstoring tot gevolg heeft, maar de totale druk (niet alleen van recreatie) wordt bezien. Als de recreatiedruk te groot is dan moeten er maatregelen genomen worden om die tegen te gaan. Nederland heeft namelijk een resultaatsverplichting. Dat houdt in dat niet het nemen van maatregelen beoordeeld wordt, maar het al dan niet bereiken van het doel. Om het doel te bereiken kunnen er mogelijk restricties worden gesteld aan bestaande recreatie; dit moet echter per geval bekeken worden.

Plannen en projecten: als de recreatievoorziening een plan of project is, dan moet er beoordeeld worden of significante negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Belangrijk is dat er niet alleen gekeken wordt naar de effecten van deze recreatieactiviteit, maar naar het totale effect van deze activiteit in combinatie met alle andere negatieve effecten in het gebied. De zogenaamde cumulatieve effecten. Deze activiteit kan in combinatie met bijvoorbeeld de bestaande recreatie in het natuurgebied of de intensieve landbouw nabij het gebied tot significante effecten leiden.

Als significante effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, kan er pas toestemming verleend worden als uit de passende beoordeling blijkt dat significante effecten kunnen worden uitgesloten of als er een beroep kan worden gedaan op de uitzondering van artikel 6 lid 4 Habitatrichtlijn. Recreatie zal niet snel onder deze uitzondering vallen. Recreatiemogelijkheden zijn van groot belang, maar er zijn alternatieve mogelijkheden om te recreëren zonder de natuur aan te tasten. Aangezien er dus geen beroep gedaan kan worden op de uitzonderingsgrond kan het project alleen doorgaan als significante effecten uitgesloten kunnen worden.

Wanneer echter de verwachting is - al voor het uitvoeren van een passende beoordeling - dat er negatieve effecten zullen zijn, maar dat deze zeker niet significant zijn, dan moet de verslechterings- en verstoringstoets worden toegepast. Een vergunning wordt verleend als de effecten van recreatie aanvaardbaar zijn.


Beschermd natuurmonument:
Recreatieve voorzieningen kunnen vergunningplichtig zijn als het natuurschoon, dieren en planten die er leven of de natuurwetenschappelijke betekenis van een natuurmonument aangetast zou worden of als het natuurmonument ontsierd wordt. Een vergunning kan niet worden verleend als de wezenlijke kenmerken van het natuurmonument - zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit - aangetast worden. Er kan dan alleen een vergunning worden verleend als de handeling of activiteit plaats moet vinden vanwege een dwingende reden van groot openbaar belang. In principe zou het belang van recreatie niet op moeten kunnen wegen tegen dat van de natuurlijke kenmerken van het gebied, maar wat deze natuurlijke kenmerken van het gebied zijn is dus afhankelijk van het aanwijzingsbesluit.


Beschermde leefomgeving. Een beschermde leefomgeving wordt beschermd door de voorschriften die beschreven staan in het aanwijzingsbesluit dat de provincie heeft genomen. Hierin staan voorschriften om verstoring te voorkomen, mogelijk ook voorschriften met betrekking tot recreatie, maar dit zal per gebied bekeken moeten worden.


Planologisch beschermd: natuur, buitengebied, EHS etc.:
Gebieden die een groene functie hebben toebedeeld gekregen worden gereguleerd door bestemmingsplannen en streekplannen. Hierin staat per gebied aangegeven wat er wel en niet is toegestaan. Bijvoorbeeld welke eisen er aan recreatie en voorzieningen gesteld worden. Wanneer iets niet is toegestaan volgens een bestemmingsplan dan betekent dat niet automatisch dat een activiteit niet plaats zal vinden. Er kan een vrijstelling van het bestemmingsplan worden aangevraagd of het bestemmingsplan zelf kan worden gewijzigd.

4
Beschermd gebied: Wat kunt ú doen?

Wanneer u een situatie constateert waarin er onterecht zonder vergunning of in strijd met de vergunning of voorschriften gehandeld wordt, is het belangrijk dat u dit goed in kaart brengt; exacte locatie, activiteit, betreffende vogelsoorten en tijdstip. Hierdoor kunt u later, indien nodig,  uw bevindingen goed onderbouwen.

Vaak als u een overtreding constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de AID kan dit ook voor u nagaan.

De mogelijkheden om actie te ondernemen verschillen per gebiedstypen. Klik hieronder op het gebied waar u mee te maken hebt en u kunt lezen wat u in dat gebied kunt doen.

Vogel- of Habitatrichtlijngebied, beschermd natuurmonument
Beschermde leefomgeving
Planologisch beschermde gebieden

Vogel- of Habitatrichtlijngebied of beschermd natuurmonument:

Wanneer er nog geen vergunning is verleend:

  • Voorkomen is beter dan genezen:
    Probeer in overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein tot een oplossing te komen. Dit verdient in eerste instantie de voorkeur boven juridische procedures.
  • Zienswijze indienen voor beheerplan:
    Er wordt een beheerplan opgesteld voor elk Vogel- en Habitatrichtlijngebied waarin de instandhoudingsdoelstellingen en de te nemen beheermaatregelen staan beschreven en hoe deze zich verhouden tot bestaande activiteiten in het gebied. Zo'n plan geeft dus weer waarom een gebied belangrijk is en hoe het in stand gehouden moet worden. Een beheerplan wordt per gebied opgesteld en vormt het toetsingskader voor de aanvraag van een vergunning onder de Natuurbeschermingswet. Het is dus belangrijk om uw zienswijze in te brengen zodat u invloed heeft op de latere vergunningverlening. Beheerplannen worden opgesteld door het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het gebied; dat kan de provincie zijn, maar ook het ministerie van E, L & I of Rijkswaterstaat. In de handreiking bij beheersplannen staat in bijlage A een voortouwtabel opgenomen zodat u kunt zien wie het beheersplan moet vaststellen:

Wanneer er reeds een vergunning is verleend:

  • Bezwaarschrift indienen:
    Bij het bestuursorgaan dat de vergunning heeft verleend, kunt u een bezwaarschrift indienen tegen de vergunning als u belanghebbende bent.
  • In beroep gaan: 
    Wanneer u het niet eens bent met de beslissing op het door u ingediende bezwaar, dan kunt u hiertegen beroep instellen. Wanneer het een vergunning betreft van de Natuurbeschermingswet, dan dient u deze in bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook hier geldt dat beroep alleen kan worden ingesteld door belanghebbenden.
  • Voorlopige voorziening:
    Vanaf het moment dat de benodigde vergunningen zijn afgegeven, kan er gestart worden met de werkzaamheden waarvoor een vergunning is afgegeven, ook al heeft u een bezwaar of beroepschrift ingediend. Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter verzoeken te beslissen dat de vergunning niet gebruikt kan worden totdat er besloten is op uw bezwaar of beroep. U moet dan wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. Op deze manier kan onomkeerbare schade aan de natuur voorkomen worden.

Wanneer er in strijd met de vergunning of zonder vergunning wordt gehandeld:

  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de vergunning of zonder vergunning activiteiten plaatsvinden, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om ook echt aangifte te doen, omdat de politie een melding makkelijker naast zich neer kan leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Kijk voor het telefoonnummer op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot intrekking vergunning en verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de vergunning óf wanneer de situatie in het gebied zoveel veranderd is dat onder die omstandigheden een vergunning nooit afgegeven zou zijn, óf als er ten onrechte zonder vergunning wordt gehandeld, kunt u een verzoek doen tot intrekking van de vergunning of tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn aan het orgaan dat de vergunning heeft verleend of had moeten verlenen.


Beschermde leefomgeving:

Wanneer de door u bestreden activiteit nog niet plaatsvindt:

  • Voorkomen is beter dan genezen:
    Probeer in overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein tot een oplossing te komen. Dit verdient altijd de voorkeur boven juridische procedures.
  • Zienswijzen indienen:
    Bij het bestuursorgaan dat goedkeuring moet verlenen voor de activiteit, kunt u een zienswijze indienen met uw mening over de geplande activiteit.
    Er is geen vergunningenstelsel verbonden aan een aanwijzing van een gebied als beschermde leefomgeving. Dit betekent dus dat er geen speciale vergunning nodig is voor activiteiten in dit gebied. Wanneer u in een vroeg stadium wilt laten weten dat u het niet eens bent met een bepaalde activiteit, dan kunt u een zienswijze indienen tegen vergunningen die wél nodig zijn zoals bijvoorbeeld een kapvergunning of een bouwvergunning. 
    Wel kunt u gedeputeerde staten erop attent maken dat er schadelijke activiteiten gaan plaatsvinden in een beschermde leefomgeving. Er worden weliswaar geen vergunningen verleend, maar de activiteit moet wel gemeld worden en u kunt gedeputeerde staten verzoeken om hier voorschriften aan te verbinden.

Wanneer de door u bestreden activiteit reeds plaatsvindt:

  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Kijk voor het telefoonnummer op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de regels kunt u een verzoek doen tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn Gedeputeerde Staten.

 

Indien het gebied niet als beschermde leefomgeving is aangewezen, maar volgens u wel in aanmerking zou kunnen komen. Dan kunt u bij de Provincie hiertoe een verzoek indienen. Als de provincie niet op uw verzoek wil ingaan, dan kunt u hiertegen bezwaar en beroep aantekenen als u belanghebbende bent.

Bescherming o.g.v.  het bestemmingsplan:
Als het bestaande bestemmingsplan een activiteit niet toelaat, dan betekent dat niet automatisch dat de activiteit geen doorgang kan vinden. De gemeente kan er dan voor kiezen om vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen of het kan het bestemmingsplan wijzigen. Hieronder wordt beschreven wat u in beide situaties kunt doen.

De gemeente verleent een vrijstelling:

Wanneer de vrijstelling nog niet is verleend:

  • Zienswijzen indienen:
    U kunt een zienswijze indienen bij de gemeente die de vrijstelling mag verlenen.  

Wanneer de vrijstelling al verleend is.

  • Bezwaarschrift indienen:
    U kunt bij de gemeente een bezwaarschrift indienen tegen de verleende vrijstelling.  
  • Beroep bij de rechtbank:
    Als de gemeente uw bezwaarschrift ongegrond heeft verklaard, dan kunt in beroep gaan tegen deze beslissing bij de rechtbank.
  • Voorlopige voorziening verzoeken:
    Op het moment dat er een vrijstelling is afgegeven mag er gestart worden met de activiteit waarvoor de vrijstelling is verleend, ook al zijn er bezwaren ingediend. Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter vragen om te beslissen dat de vrijstelling voorlopig niet geldig is totdat er besloten is op bezwaar en eventueel beroep. (De werking wordt geschorst). U moet dan echter wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. Op deze manier kan onherstelbare schade aan de natuur voorkomen worden.

Wanneer er in strijd met de vrijstelling of zonder vrijstelling gehandeld wordt.

  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de vrijstelling of zonder vrijstelling wordt gehandeld, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om echt aangifte te doen, aangezien de politie een melding makkelijker naast zich neer kunnen leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan meldingen gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de vrijstelling óf wanneer er ten onrechte zonder vrijstelling wordt gehandeld, kunt u een verzoek doen tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn aan het orgaan dat de vergunning heeft verleend of had moeten verlenen.


Het bestemmingsplan aanpassen

Als het bestemmingsplan nog niet aangepast is.

  • Inspraak:
    Bij de inspraakbijeenkomsten die de gemeente organiseert, kunt u inspreken op de plannen die de gemeente heeft.
  • Zienswijzen:
    Op het ontwerp-bestemmingsplan kunt zienswijzen indienen bij de gemeente.

Als het bestemmingsplan al aangepast en vastgesteld is.

  • In beroep:
    Bij de rechtbank kunt u in beroep gaan tegen het bestemmingsplan als u reeds een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan.

Als er in strijd met het aangepaste bestemmingsplan wordt gehandeld.

  • Verzoeken om handhaving:
    U kunt dan de gemeente verzoeken om het bestemmingsplan te handhaven. De website van Milieuhulp geeft informatie over hoe u dit aan kunt pakken.

 

5
Kunnen recreatie voorzieningen in strijd zijn met de Flora- en faunawet?

Om te bepalen of dit in strijd is met de bescherming van vogels, wordt er gekeken naar de verbodsbepalingen uit de Flora- en Faunawet. (artikel 9 tot en met 12 Flora- en Faunawet).

  • Het verbod op het doden en verwonden van vogels:
    Op dit verbod zal waarschijnlijk geen inbreuk gemaakt worden door recreatieve voorzieningen.
  • Het verbod op het opzettelijk verontrusten van vogels:
    Hiervan kan zeker sprake zijn, maar dit is afhankelijk van de soort voorziening. Vooral tijdens het broedseizoen zijn vogels extra verstoringsgevoelig en kan er bijvoorbeeld niet altijd gebruik gemaakt worden van voorzieningen als een motorcrossbaan. Bovendien is het aan te raden om de bouw van de voorzieningen buiten het broedseizoen te laten plaatsvinden. Buiten het broedseizoen is het ministerie van E, L & I van mening dat er niet snel sprake is van verstoring als er zorgvuldig gehandeld wordt.
  • Het verbod op het wegnemen, verstoren en vernielen van nesten:
    Tijdens het broedseizoen kan recreatie in belangrijke broedgebieden er voor zorgen dat nesten verstoord worden. Nestplaatsen van sommige vogelsoorten zijn ook buiten het broedseizoen beschermd. Maar omdat er dan niet gebroed wordt, zal er minder snel sprake zijn van verstoring. Echter deze nesten mogen dan niet vernield of weggehaald worden als dat nodig zou zijn voor de bouw van recreatieve voorzieningen. Volgens het ministerie van E, L & I mag dit wel als door middel van mitigerende maatregelen ervoor wordt gezorgd dat de functionaliteit van de broedplaats voor de desbetreffende vogels behouden blijft. Het ministerie heeft hier voorlichtingsmateriaal over.
  • Het verbod op het zoeken, wegnemen en vernielen van eieren:
    Hierop zal mogelijk inbreuk gemaakt kunnen worden gedurende het broedseizoen, maar dit is niet zeer waarschijnlijk.

6
Bestaan er uitzonderingen op de verboden van de Flora- en faunawet?

Om in strijd te mogen handelen met de verboden van de Flora- en faunawet, moet er een ontheffing worden aangevraagd bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden waaraan de ontheffingverlening moet voldoen.

Nota bene: voor het bestrijden van schade aan gewassen, bijvoorbeeld door het afschieten van ganzen in landbouwgebieden, gelden aparte regelingen. Klik hier voor meer informatie over de regels voor jacht en schadebestrijding.

7
Wat kunt ú doen tegen overtredingen van de regels?

Wanneer u een situatie constateert waarin onterecht zonder ontheffing of in strijd met de ontheffing gehandeld wordt, is het belangrijk dat u dit goed in kaart brengt; exacte locatie, activiteit, betreffende vogelsoorten, betrokken personen en het tijdstip. Dan kunt u, als dat later nodig blijkt, uw bevindingen goed onderbouwen.

Vaak als u een overtreding constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (VWA, waarin de AID is opgegaan) kan dit ook voor u nagaan.

Voordat er een ontheffing is aangevraagd:

  • In overleg:
    In overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein of de overtreder zelf, proberen tot een oplossing te komen. Het verdient in eerste instantie de voorkeur om op deze manier moeilijkheden uit de weg te ruimen, dan het starten van juridische procedures.


Wanneer de ontheffing is aangevraagd:

  • Zienswijze indienen:
    In sommige gevallen kunnen belanghebbenden zienswijzen inbrengen op de aanvraag van de ontheffing. De bevoegde overheidsinstantie bepaalt echter zelf wie en wanneer deze mogelijkheid geboden wordt.


Wanneer  de ontheffing is verleend:

  • Bezwaar maken:
    Als u belanghebbende bent dan kunt u binnen de gegeven termijn een bezwaar maken tegen de verleende ontheffing.
  • Beroep bij de rechtbank:
    Als er negatief beslist is op uw bezwaarschrift, kunt u hiertegen in beroep gaan bij de rechtbank.
  • Voorlopige voorziening aanvragen:
    Op het moment dat er een ontheffing is verleend, mag er gestart worden met de handelingen waarvoor de ontheffing is verleend. Ook als hiertegen bezwaar of beroep is ingediend! Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter verzoeken om te beslissen dat de ontheffing voorlopig niet geldig is totdat er besloten is op bezwaar of beroep. Door zo'n voorlopige voorziening aan te vragen kan onomkeerbare schade aan de natuur voorkomen worden. Belangrijk in deze procedure is dat u kunt aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed en dat u reeds bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen de ontheffing.

Wanneer er  in strijd met de ontheffing of zonder ontheffing wordt gehandeld

  • Politie:
    Wanneer er zonder ontheffing of in strijd met de ontheffing schadelijke handelingen worden verricht, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om ook echt aangifte te doen en niet alleen een melding te maken, omdat zij een aangifte niet naast zich neer mag leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over de toepasselijke regelgeving. Zij hebben de bevoegdheid om te handhaven.
  • milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot intrekking van de ontheffing of verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de ontheffing, óf wanneer de situatie in het gebied zoveel veranderd is dat er onder die omstandigheden nooit een ontheffing zou zijn verleend kunt u een verzoek doen aan het ministerie van E, L & I tot intrekking van de ontheffing of handhaving van de regels.

Was deze informatie nuttig? Gebruik het contactformulier voor uitgebreide vragen en opmerkingen