Veelgestelde vragen

 

 

LICHTEMISSIE: Welke voorwaarden gelden er?

Er bestaat geen algemene wetgeving die eisen stelt aan lichthinder en de toegestane hoeveelheid lichtemissie. Wel is er het ‘besluit glastuinbouw' dat specifieke eisen stelt aan assimilatiebelichting in kassen. Ook wordt lichtemissie gereguleerd via de algemene natuurbeschermingswetgeving, wanneer negatieve effecten voor beschermde natuurgebieden zouden kunnen optreden.

Voor beschermde natuurgebieden kan er bescherming worden gezocht in de Natuurbeschermingswet, voor niet-beschermde natuurgebieden kan de Flora- en faunawet soms uitkomst bieden. En om de lichthinder van bedrijven tegen te gaan, kan er aansluiting in de Wet Milieubeheer gevonden worden. Overigens bestaat er ook een Richtlijn openbare verlichting natuurgebieden, deze biedt helaas geen juridisch afdwingbare normen, maar wel een kader voor de verlichting van openbare wegen in natuurgebieden. Lichtemissie is echter nog een vrij nieuw onderwerp en heel precieze antwoorden kunnen nog niet gegeven worden
Voor meer informatie kunt u de onderstaande deelvragen openen. Hier wordt ook beschreven welke actie u kunt ondernemen tegen overtredingen van de regels.

1
Is het gebied een beschermd natuurgebied?

Natuurgebieden kunnen in Nederland op verschillende manieren beschermd zijn; afhankelijk van de status van een gebied gelden er bepaalde regels. De belangrijkste soorten natuurgebieden zijn: Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden, Beschermde natuurmonumenten, Beschermde leefomgevingen en gebieden die planologische beschermd worden via bestemmings- en streekplannen.

Hoe weet u of een gebied onder een van deze regelingen valt?

Vogelrichtlijngebieden, Habitatrichtlijngebieden en Beschermde natuurmonumenten:
Op de website van het ministerie van E, L & I vindt u een overzicht van deze gebieden en de natuurwaarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen.

Beschermde leefomgeving:
Van deze categorie is geen online overzicht beschikbaar. U zult bij de provincie moeten navragen of er gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid. De meeste provincies doen dit overigens niet.

Planologische bescherming:
De website van de provincie toont meestal het geldende streekplan, inclusief een kaart waarop de verschillende functies zijn ingetekend zoals de Ecologische Hoofdstructuur. Ook worden er natuurgebiedsplannen gepresenteerd; daarin staan de grenzen en de doelen van het gebied beschreven. Bij de gemeente (soms op de website) is het bestemmingsplan in te zien waar de functie van een gebied vermeld staat, bijvoorbeeld groen of landelijk gebied.

2
Strekt de bescherming verder dan de begrenzing?

De bescherming van een natuurgebied geldt niet alleen binnen de begrenzingen van het gebied zelf. Ook bestaande of geplande activiteiten die buiten dit gebied plaatsvinden en mogelijk negatieve effecten hebben, moeten aan voorschriften voldoen in sommige gebieden. De bescherming strekt dan verder dan de precieze begrenzing van een gebied.

Vogel- en Habitatrichtlijngebieden:
Vogelrichtlijngebieden hebben externe werking. Dit betekent dat projecten zoals het bouwen van een nieuwe woonwijk buiten het gebied ook getoetst moeten worden aan de Natuurbeschermingswet als er een kans bestaat dat de bouw significante negatieve effecten voor het richtlijngebied kan hebben.

Beschermde natuurmonumenten:
Ook beschermde natuurmonumenten hebben externe werking. De vergunningplicht strekt zich ook uit tot handelingen die buiten het gebied plaatsvinden en schadelijk of ontsierend zijn voor het natuurmonument. Deze bescherming strekt zich echter minder ver uit dan bij Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het geldt alleen voor activiteiten die voorkomen op de lijst in het aanwijzingsbesluit.

Beschermde leefomgeving:
Voor beschermde leefomgevingen geldt een beperkte externe werking; alleen handelingen opgenomen in het aanwijzingsbesluit zijn verboden. Externe werking geldt dus alleen indien dit in het besluit staat aangegeven.

Planologische bescherming:
Functie natuur, buitengebied, Ecologische Hoofdstructuur:
In principe geldt hier geen externe werking.

3
Beschermd gebied: Welke regels gelden er?

Klik op een van de onderstaande gebiedstypen en u komt automatisch uit bij de regels die gelden in dat gebied. Overigens geldt dat vogels, hun nesten en eieren in deze gebieden niet alleen beschermd worden door de Natuurbeschermingswet (bescherming van gebieden) maar ook profiteren van de zogenaamde soortenbescherming van de Flora- en faunawet. Dus de bescherming die buiten de natuurgebieden geldt, geldt ook voor de vogels in de natuurgebieden.

Vogel- en Habitatrichtlijngebied
Beschermde natuurmonumenten
Beschermde leefomgeving
Planologische beschermd gebied

Vogel- en Habitatrichtlijngebied:
Voorheen werden deze gebieden rechtstreeks beschermd door de Vogel- en de Habitatrichtlijn. Inmiddels zijn de regels van deze Europese richtlijnen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en hoeft er alleen nog naar deze wet gekeken te worden. In de richtlijngebieden mag de kwaliteit van het gebied niet verslechteren en de diersoorten waarvoor het gebied is aangewezen mogen niet significant verstoord worden (verstoring en verslechtering). Het gebied moet dus behouden of verbeterd worden om achteruitgang te voorkomen. Deze verplichting kan ingrijpende maatregelen vereisen voor het beheer of bestaande activiteiten. Hij betekent ook dat alle nieuwe ontwikkelingen die effecten op de natuurwaarden van het gebied kunnen hebben, getoetst en beoordeeld moeten worden.

Het verschil tussen een Vogelrichtlijn- en een Habitatrichtlijngebied, is dat een Vogelrichtlijngebied aangewezen is en beschermd moet worden voor de instandhouding van bepaalde vogelsoorten. In een Habitatrichtlijngebied draait de bescherming juist om andere diersoorten dan vogelsoorten en om bepaalde habitattypes. In de toetsing moet er dus gekeken worden of de waarden waarvoor het specifieke gebied is aangewezen, in gevaar dreigen te komen.

De Natuurbeschermingswet stelt strenge eisen aan de goedkeuring van een nieuw plan of project in of nabij een vogelrichtlijngebied, wanneer het plan of project niet noodzakelijk is voor het beheer van het gebied. Er moet eerst een voortoets worden gedaan die bepaalt of het plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben voor het gebied. Een uitgebreid onderzoek is niet nodig, maar als de effecten significant zijn of onbekend of onzeker, dan moet er een passende beoordeling plaatsvinden om te toetsen of het plan significante negatieve effecten kan hebben voor het gebied. Er mag alleen een natuurbeschermingswetvergunning voor het project verleend worden als uitgesloten kan worden dat zich significante negatieve effecten zullen voordoen, óf als er een dwingende reden van groot openbaar belang speelt, er bovendien geen alternatieve oplossing bestaat én de verloren natuurwaarden gecompenseerd worden.

Het is belangrijk om erop te letten dat er een correcte passende beoordeling heeft plaatsgevonden, aangezien het vaak voorkomt dat erg gemakkelijk geconcludeerd wordt dat er geen passende beoordeling hoeft plaats te vinden of dat niet alle belangrijke aspecten worden onderzocht.

Wanneer uit de voortoets blijkt dat er mogelijk negatieve effecten zullen zijn, maar dat uitgesloten is dat deze significant zijn, dan moet er een verslechterings- en verstoringstoets worden uitgevoerd. Alleen wanneer uit deze toets blijkt dat de effecten aanvaardbaar zijn, kan er een vergunning worden verleend. Uit de rechtspraak zal nog moeten blijken wat er onder aanvaardbaar moet worden verstaan; zeker is dat het niet om significante effecten kan gaan. Dan moet er immers een passende beoordeling worden uitgevoerd.

De handreiking bij de Natuurbeschermingswet 1998 van het ministerie van E, L & I geeft uitgebreide en goed leesbare informatie over dit onderwerp.

Beschermd natuurmonument
Een beschermd natuurmonument wordt, net als een Vogelrichtlijngebied, beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. De regels verschillen echter voor de twee gebieden. De beschermde natuurmonumenten zijn aangewezen vanwege hun natuurschoon en/of natuurwetenschappelijke waarde. In de aanwijzingsbesluiten van de gebieden staat aangegeven wat de specifieke kenmerken zijn en dat deze in stand moeten worden gehouden. Als handelingen in of in de buurt van het gebied significante gevolgen kunnen hebben voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren of planten in een beschermd natuurmonument, wordt een vergunning alleen verleend als het zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Tenzij dwingende redenen van groot openbaar belang spelen.

Overigens zijn er beschermde natuurmonumenten die tevens zijn aangewezen als Vogel- of Habitatrichtlijngebied; in dat geval vervalt de status van natuurmonument en worden de doelstellingen van het gebied zoals die blijken uit het ‘aanwijzingsbesluit beschermd natuurmonument' overgenomen in het aanwijzingsbesluit van het richtlijngebied. 

De Handreiking bij de Natuurbeschermingswet 1998 geeft uitgebreide maar goed leesbare informatie over de beschermde natuurmonumenten en de vergunningverlening.

Beschermde leefomgeving:
De beschermde leefomgeving is meestal geen groot gebied maar een plaats die essentieel is voor de overleving van een bepaalde diersoort, zoals een zandwand waar oeverzwaluwen in broeden of een dassenburcht. Deze plaatsen kunnen worden aangewezen als beschermde leefomgeving onder de Flora-en faunawet. De provincie kan een gebied aanwijzen en voorschriften opstellen over wat er wel en niet is toegestaan in deze omgeving. Wanneer iemand van plan is in strijd met deze voorschriften te handelen, moet hiervan een kennisgeving gedaan worden aan de provincie. De provincie kan dan voorschriften verbinden aan deze handelingen of schriftelijk mededelen dat zij bezwaar heeft tegen de handelingen. Wanneer de provincie niks van zich laat horen, worden de handelingen stilzwijgend goedgekeurd en kunnen de handelingen zonder meer plaatsvinden!

Planologische functie natuur, buitengebied of Ecologische Hoofdstructuur:
Planologische regelingen zoals bestemmingsplannen en streekplannen kennen functies toe aan bepaalde gebieden zoals de functie natuur, buitengebied, recreatie of wonen. Per gebied kunnen er aan de hand van de functie bepaalde voorwaarden verbonden worden aan het gebruik van het gebied. Er kan dus per gebied gekeken worden of de bestemmingsplannen of streekplannen bescherming bieden door de gestelde voorschriften. Daarbij zijn streekplannen abstracter en bestrijken ze een groter gebied dan bestemmingsplannen.

Een heel speciale planologische bescherming wordt geboden voor de gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).Wanneer de EHS gereed is vormt die een natuurlijk netwerk van natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De natuurgebieden zijn vaak aangewezen als beschermd natuurmonument, Vogel- of Habitatrichtlijngebied of als nationaal landschap. De bescherming van de Ecologische hoofdstructuur wordt geregeld via het Structuurschema Groene Ruimte, streekplannen en bestemmingsplannen; hieruit blijken de voorschriften die gelden voor het gebied.

De volgende websites bieden veel informatie over bestemmingsplannen en streekplannen: Bestemmingsplan.nl, het Milieuloket, Ecologische Hoofdstructuur.

4
Beschermd gebied: Is de lichthinder in strijd met de regels?

Vogel- of Habitatrichtlijngebied:
Het is mogelijk dat lichtemissie schadelijk is voor de natuur en dat die dus strijdig is met de bescherming uit de Natuurbeschermingswet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande emissies en nieuwe plannen en projecten. Het is daarbij belangrijk om te weten dat activiteiten die voor veel lichthinder zorgen en al jaren plaatsvinden, ook gezien kunnen worden als een nieuw plan of project als er voor de activiteit jaarlijks een vergunning moet worden aangevraagd.

Bestaand gebruik: de overheid heeft de verplichting om natuurgebieden in een gunstige staat van instandhouding te behouden of herstellen. De provincies kunnen maatregelen nemen als de staat van instandhouding in gevaar komt. Dat is het geval als - gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied - de kwaliteit van de habitats in het aangewezen gebied verslechtert of er significante verstoring optreedt voor de soorten waarvoor het gebied is aangewezen (verslechtering en verstoring). Wanneer het gebied bijvoorbeeld is aangewezen voor grutto's en zij door de lichtemissies gestoord worden in hun broedgedrag, dan zou de provincie maatregelen kunnen nemen.

Plannen en projecten: lichtemissie is niet een plan of project op zich, maar het gevolg van een bepaalde activiteit. Er moet bezien worden of deze activiteit een plan of project zou kunnen zijn zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet, en of de activiteit nodig is voor de instandhouding dan wel het beheer van het gebied. Als het een plan of project is dat niet nodig is voor het beheer, dan moet er beoordeeld worden of de lichtemissie significante negatieve effecten tot gevolg kan hebben.
Belangrijk is dat er niet alleen gekeken wordt naar de effecten van de lichtemissie, maar naar het totaal aan negatieve effecten in het gebied, de zogenaamde cumulatieve effecten. De lichtemissie kan in combinatie met bijvoorbeeld de recreatie in het natuurgebied tot significante effecten leiden.

Als significante effecten niet kunnen worden uitgesloten, kan er pas toestemming verleend worden nadat uit een passende beoordeling blijkt dat significante effecten kunnen worden uitgesloten óf als er een beroep gedaan kan worden op de uitzondering van artikel 6 lid 4 Habitatrichtlijn.

Wanneer echter de verwachting is - al vóór het uitvoeren van een passende beoordeling - dat er negatieve effecten zullen zijn, maar dat deze niet significant zijn, dan moet de verslechterings- en verstoringstoets worden toegepast. Een vergunning wordt verleend als de effecten van de lichtemissie aanvaardbaar zijn.


Beschermd natuurmonument:
Handelingen en activiteiten die lichthinder veroorzaken voor een beschermd natuurmonument zouden aan een vergunningplicht uit de Natuurbeschermingswet gebonden kunnen zijn. Dit kan het geval zijn als die lichthinder schadelijk is voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dier- en plantensoorten van het gebied of als het licht het natuurmonument ontsiert. Een vergunning kan niet worden verleend als de wezenlijke kenmerken van het natuurmonument (zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit) aangetast zullen worden. Er kan dan alleen een vergunning worden verleend als de handeling of activiteit plaats moet vinden vanwege een dwingende reden van groot openbaar belang. Het hangt dus af van het aanwijzingsbesluit of lichthinder toegestaan kan worden of via een vergunningplicht aan restricties wordt gebonden.


Beschermde leefomgeving:
Er bestaan geen vergunningplicht of algemene regels voor de beschermde leefomgeving; wel kunnen er voorschriften worden verbonden aan de aanwijzing van het gebied. Per geval dient gekeken te worden of het aanwijzingsbesluit voorschriften bevat die de natuurwaarden beschermen waarvoor lichtemissie een gevaar zou kunnen zijn. Als de natuurwaarden mogelijk in gevaar worden gebracht, moet er een kennisgeving gedaan worden van de lichthinder. De provincie kan hier dan voorwaarden aan verbinden.


Planologisch beschermd: natuur, buitengebied, EHS etc:
In streekplannen en bestemmingsplannen kunnen voorschriften worden opgenomen die grenzen stellen aan de hoeveelheid lichtemissie door bijvoorbeeld glastuinbouw. Wanneer de lichthinder in strijd is met het bestemmingsplan, dan kan er een vrijstelling verleend worden of het bestemmingsplan kan worden aangepast.

5
Beschermd gebied: Wat kunt ú doen?

Wanneer u een situatie constateert waarin er onterecht zonder vergunning of in strijd met de vergunning of voorschriften gehandeld wordt, is het belangrijk dat u dit goed in kaart brengt; exacte locatie, activiteit, betreffende vogelsoorten en tijdstip. Hierdoor kunt u later, indien nodig,  uw bevindingen goed onderbouwen.

Vaak als u een overtreding constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de AID kan dit ook voor u nagaan.

De mogelijkheden om actie te ondernemen verschillen per gebiedstypen. Klik hieronder op het gebied waar u mee te maken hebt en u kunt lezen wat u in dat gebied kunt doen.

Vogel- of Habitatrichtlijngebied, beschermd natuurmonument
Beschermde leefomgeving
Planologisch beschermde gebieden

Vogel- of Habitatrichtlijngebied of beschermd natuurmonument:

Wanneer er nog geen vergunning is verleend:

  • Voorkomen is beter dan genezen:
    Probeer in overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein tot een oplossing te komen. Dit verdient in eerste instantie de voorkeur boven juridische procedures.
  • Zienswijze indienen voor beheerplan:
    Er wordt een beheerplan opgesteld voor elk Vogel- en Habitatrichtlijngebied waarin de instandhoudingsdoelstellingen en de te nemen beheermaatregelen staan beschreven en hoe deze zich verhouden tot bestaande activiteiten in het gebied. Zo'n plan geeft dus weer waarom een gebied belangrijk is en hoe het in stand gehouden moet worden. Een beheerplan wordt per gebied opgesteld en vormt het toetsingskader voor de aanvraag van een vergunning onder de Natuurbeschermingswet. Het is dus belangrijk om uw zienswijze in te brengen zodat u invloed heeft op de latere vergunningverlening. Beheerplannen worden opgesteld door het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het gebied; dat kan de provincie zijn, maar ook het ministerie van E, L & I of Rijkswaterstaat. In de handreiking bij beheersplannen staat in bijlage A een voortouwtabel opgenomen zodat u kunt zien wie het beheersplan moet vaststellen:

Wanneer er reeds een vergunning is verleend:

  • Bezwaarschrift indienen:
    Bij het bestuursorgaan dat de vergunning heeft verleend, kunt u een bezwaarschrift indienen tegen de vergunning als u belanghebbende bent.
  • In beroep gaan: 
    Wanneer u het niet eens bent met de beslissing op het door u ingediende bezwaar, dan kunt u hiertegen beroep instellen. Wanneer het een vergunning betreft van de Natuurbeschermingswet, dan dient u deze in bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook hier geldt dat beroep alleen kan worden ingesteld door belanghebbenden.
  • Voorlopige voorziening:
    Vanaf het moment dat de benodigde vergunningen zijn afgegeven, kan er gestart worden met de werkzaamheden waarvoor een vergunning is afgegeven, ook al heeft u een bezwaar of beroepschrift ingediend. Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter verzoeken te beslissen dat de vergunning niet gebruikt kan worden totdat er besloten is op uw bezwaar of beroep. U moet dan wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. Op deze manier kan onomkeerbare schade aan de natuur voorkomen worden.

Wanneer er in strijd met de vergunning of zonder vergunning wordt gehandeld:

  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de vergunning of zonder vergunning activiteiten plaatsvinden, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om ook echt aangifte te doen, omdat de politie een melding makkelijker naast zich neer kan leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Kijk voor het telefoonnummer op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot intrekking vergunning en verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de vergunning óf wanneer de situatie in het gebied zoveel veranderd is dat onder die omstandigheden een vergunning nooit afgegeven zou zijn, óf als er ten onrechte zonder vergunning wordt gehandeld, kunt u een verzoek doen tot intrekking van de vergunning of tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn aan het orgaan dat de vergunning heeft verleend of had moeten verlenen.


Beschermde leefomgeving:

Wanneer de door u bestreden activiteit nog niet plaatsvindt:

  • Voorkomen is beter dan genezen:
    Probeer in overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein tot een oplossing te komen. Dit verdient altijd de voorkeur boven juridische procedures.
  • Zienswijzen indienen:
    Bij het bestuursorgaan dat goedkeuring moet verlenen voor de activiteit, kunt u een zienswijze indienen met uw mening over de geplande activiteit.
    Er is geen vergunningenstelsel verbonden aan een aanwijzing van een gebied als beschermde leefomgeving. Dit betekent dus dat er geen speciale vergunning nodig is voor activiteiten in dit gebied. Wanneer u in een vroeg stadium wilt laten weten dat u het niet eens bent met een bepaalde activiteit, dan kunt u een zienswijze indienen tegen vergunningen die wél nodig zijn zoals bijvoorbeeld een kapvergunning of een bouwvergunning. 
    Wel kunt u gedeputeerde staten erop attent maken dat er schadelijke activiteiten gaan plaatsvinden in een beschermde leefomgeving. Er worden weliswaar geen vergunningen verleend, maar de activiteit moet wel gemeld worden en u kunt gedeputeerde staten verzoeken om hier voorschriften aan te verbinden.

Wanneer de door u bestreden activiteit reeds plaatsvindt:

  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Provinciale milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur. Kijk voor het telefoonnummer op de website van de desbetreffende provincie.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de regels kunt u een verzoek doen tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn Gedeputeerde Staten.

 

Indien het gebied niet als beschermde leefomgeving is aangewezen, maar volgens u wel in aanmerking zou kunnen komen. Dan kunt u bij de Provincie hiertoe een verzoek indienen. Als de provincie niet op uw verzoek wil ingaan, dan kunt u hiertegen bezwaar en beroep aantekenen als u belanghebbende bent.

Bescherming o.g.v.  het bestemmingsplan:
Als het bestaande bestemmingsplan een activiteit niet toelaat, dan betekent dat niet automatisch dat de activiteit geen doorgang kan vinden. De gemeente kan er dan voor kiezen om vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen of het kan het bestemmingsplan wijzigen. Hieronder wordt beschreven wat u in beide situaties kunt doen.

De gemeente verleent een vrijstelling:

Wanneer de vrijstelling nog niet is verleend:

  • Zienswijzen indienen:
    U kunt een zienswijze indienen bij de gemeente die de vrijstelling mag verlenen.  

Wanneer de vrijstelling al verleend is.

  • Bezwaarschrift indienen:
    U kunt bij de gemeente een bezwaarschrift indienen tegen de verleende vrijstelling.  
  • Beroep bij de rechtbank:
    Als de gemeente uw bezwaarschrift ongegrond heeft verklaard, dan kunt in beroep gaan tegen deze beslissing bij de rechtbank.
  • Voorlopige voorziening verzoeken:
    Op het moment dat er een vrijstelling is afgegeven mag er gestart worden met de activiteit waarvoor de vrijstelling is verleend, ook al zijn er bezwaren ingediend. Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter vragen om te beslissen dat de vrijstelling voorlopig niet geldig is totdat er besloten is op bezwaar en eventueel beroep. (De werking wordt geschorst). U moet dan echter wel kunnen aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed. Op deze manier kan onherstelbare schade aan de natuur voorkomen worden.

Wanneer er in strijd met de vrijstelling of zonder vrijstelling gehandeld wordt.

  • Politie:
    Wanneer er in strijd met de vrijstelling of zonder vrijstelling wordt gehandeld, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om echt aangifte te doen, aangezien de politie een melding makkelijker naast zich neer kunnen leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan meldingen gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over toepasselijke regelgeving.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de vrijstelling óf wanneer er ten onrechte zonder vrijstelling wordt gehandeld, kunt u een verzoek doen tot handhaving van de regels. Het verzoek moet gericht zijn aan het orgaan dat de vergunning heeft verleend of had moeten verlenen.


Het bestemmingsplan aanpassen

Als het bestemmingsplan nog niet aangepast is.

  • Inspraak:
    Bij de inspraakbijeenkomsten die de gemeente organiseert, kunt u inspreken op de plannen die de gemeente heeft.
  • Zienswijzen:
    Op het ontwerp-bestemmingsplan kunt zienswijzen indienen bij de gemeente.

Als het bestemmingsplan al aangepast en vastgesteld is.

  • In beroep:
    Bij de rechtbank kunt u in beroep gaan tegen het bestemmingsplan als u reeds een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan.

Als er in strijd met het aangepaste bestemmingsplan wordt gehandeld.

  • Verzoeken om handhaving:
    U kunt dan de gemeente verzoeken om het bestemmingsplan te handhaven. De website van Milieuhulp geeft informatie over hoe u dit aan kunt pakken.

 

6
Is lichthinder in strijd met de Flora- en faunawet?

Om te bepalen of de lichtemissie in strijd is met de bescherming van vogels, wordt er gekeken naar de verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet (artikel 9 tot en met 12).

  • Het verbod op het doden en verwonden van vogels:
    Hierop zal lichthinder zeer waarschijnlijk geen inbreuk maken.
  • Het verbod op het opzettelijk verontrusten van vogels:
    Lichthinder kan voor bepaalde vogels verontrustend zijn. Het is mogelijk dat vogels door de lichthinder niet meer ongestoord van hun leefgebied gebruik kunnen maken en niet makkelijk kunnen uitwijken naar dichtbijgelegen gebieden. Het is echter lastig om opzet aan te tonen; kan er aangetoond worden dat men in redelijkheid had kunnen weten dat de lichtemissie verontrustend zou zijn voor vogels? Inmiddels is hier steeds meer over bekend, maar in het verleden was dit niet het geval. Wanneer het dus gaat om verstoring tijdens het broedseizoen, is het makkelijker een beroep te doen op het verbod op het verstoren van nestgelegenheid, aangezien hier niet bewezen hoeft te worden dat er sprake is van opzet.
  • Het verbod op het wegnemen, verstoren en vernielen van nesten:
    Hierop zou inbreuk gemaakt kunnen worden wanneer vogels zodanig verstoord raken door de lichthinder dat zij niet of niet regelmatig genoeg terugkeren naar hun nesten en dus niet succesvol kunnen broeden. Bij dit verbod is geen opzet vereist zoals bij het verbod op het verontrusten van vogels. Het verstoren van de vogels is dus ook verboden zonder dat de veroorzaker van de lichthinder zich hiervan bewust is.
  • Het verbod op het zoeken, wegnemen en vernielen van eieren:
    Hiervan zal zeer waarschijnlijk geen sprake zijn
7
Bestaan er uitzonderingen op de verboden van de Flora- en faunawet?

Om in strijd te mogen handelen met de verboden van de Flora- en faunawet, moet er een ontheffing worden aangevraagd bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden waaraan de ontheffingverlening moet voldoen.

Nota bene: voor het bestrijden van schade aan gewassen, bijvoorbeeld door het afschieten van ganzen in landbouwgebieden, gelden aparte regelingen. Klik hier voor meer informatie over de regels voor jacht en schadebestrijding.

8
Wat kunt ú doen tegen overtredingen van de regels?

Wanneer u een situatie constateert waarin onterecht zonder ontheffing of in strijd met de ontheffing gehandeld wordt, is het belangrijk dat u dit goed in kaart brengt; exacte locatie, activiteit, betreffende vogelsoorten, betrokken personen en het tijdstip. Dan kunt u, als dat later nodig blijkt, uw bevindingen goed onderbouwen.

Vaak als u een overtreding constateert, weet u niet of de overtreder wellicht een vergunning of ontheffing heeft gekregen. U kunt dit natuurlijk aan de overtreder zelf vragen, maar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (VWA, waarin de AID is opgegaan) kan dit ook voor u nagaan.

Voordat er een ontheffing is aangevraagd:

  • In overleg:
    In overleg met de beheerder/eigenaar van het terrein of de overtreder zelf, proberen tot een oplossing te komen. Het verdient in eerste instantie de voorkeur om op deze manier moeilijkheden uit de weg te ruimen, dan het starten van juridische procedures.


Wanneer de ontheffing is aangevraagd:

  • Zienswijze indienen:
    In sommige gevallen kunnen belanghebbenden zienswijzen inbrengen op de aanvraag van de ontheffing. De bevoegde overheidsinstantie bepaalt echter zelf wie en wanneer deze mogelijkheid geboden wordt.


Wanneer  de ontheffing is verleend:

  • Bezwaar maken:
    Als u belanghebbende bent dan kunt u binnen de gegeven termijn een bezwaar maken tegen de verleende ontheffing.
  • Beroep bij de rechtbank:
    Als er negatief beslist is op uw bezwaarschrift, kunt u hiertegen in beroep gaan bij de rechtbank.
  • Voorlopige voorziening aanvragen:
    Op het moment dat er een ontheffing is verleend, mag er gestart worden met de handelingen waarvoor de ontheffing is verleend. Ook als hiertegen bezwaar of beroep is ingediend! Door een voorlopige voorziening aan te vragen, kunt u de rechter verzoeken om te beslissen dat de ontheffing voorlopig niet geldig is totdat er besloten is op bezwaar of beroep. Door zo'n voorlopige voorziening aan te vragen kan onomkeerbare schade aan de natuur voorkomen worden. Belangrijk in deze procedure is dat u kunt aantonen dat er sprake is van onverwijlde spoed en dat u reeds bezwaar of beroep heeft ingesteld tegen de ontheffing.

Wanneer er  in strijd met de ontheffing of zonder ontheffing wordt gehandeld

  • Politie:
    Wanneer er zonder ontheffing of in strijd met de ontheffing schadelijke handelingen worden verricht, kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. Het is belangrijk om ook echt aangifte te doen en niet alleen een melding te maken, omdat zij een aangifte niet naast zich neer mag leggen.
  • AID groendesk:
    Bij de afdeling Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst kan melding gemaakt worden van misstanden in de natuur en kunnen vragen gesteld worden over de toepasselijke regelgeving. Zij hebben de bevoegdheid om te handhaven.
  • milieuklachtentelefoon:
    Bij de provincie kunt u ook met klachten terecht over misstanden in de natuur.
  • Milieuklachten.nl:
    Via de website milieuklachten.nl kunt u een melding maken van de overtreding. Zij zorgen er dan voor dat de klacht bij het overheidsorgaan terecht komt die bevoegd is om daar iets aan te doen.
  • Verzoek tot intrekking van de ontheffing of verzoek tot handhaving:
    Wanneer er in strijd wordt gehandeld met de ontheffing, óf wanneer de situatie in het gebied zoveel veranderd is dat er onder die omstandigheden nooit een ontheffing zou zijn verleend kunt u een verzoek doen aan het ministerie van E, L & I tot intrekking van de ontheffing of handhaving van de regels.

9
Extra regels voor emissies door bedrijven!

De Wet Milieubeheer kan mogelijke lichthinder van ‘inrichtingen' beperken. Deze inrichtingen zijn vergunningplichtig en kunnen voorschriften opgelegd krijgen die kunnen bepalen dat er zuinig met energie moet worden omgesprongen, dat er zo min mogelijk lichthinder voor omwonenden is en dat het landschap niet aangetast wordt.

De website Milieuhulp geeft uitgebreid antwoord op vragen als: wat is een inrichting; wanneer is de inrichting vergunningplichtig; welke voorschriften kunnen worden opgenomen; hoe krijgt u inzicht in de activiteiten van het bedrijf; en wat u kunt doen als er in strijd met de regels gehandeld wordt? 

10
Lichtemissie als gevolg van glastuinbouw!

Wanneer lichtemissie het gevolg is van glastuinbouw, dan moet er voldaan worden aan de eisen uit het ‘besluit glastuinbouw'. Een van deze eisen is het afschermen van lichtuitstoot via de zijgevels.

Ook is deze eis vastgelegd in het ‘plan van aanpak' van LTO Nederland in samenwerking met Stichting Natuur & Milieu, waarin onder andere gestreefd wordt naar het beperken van lichtemissie naar boven. Klik hier voor meer informatie.

Was deze informatie nuttig? Gebruik het contactformulier voor uitgebreide vragen en opmerkingen