Nieuws

Ontheffing kievitseieren rapen onterecht verleend

3 Juli 2008 13:15

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft opnieuw negatief geoordeeld over de verleende ontheffing voor het rapen van kievitseieren in Friesland. Het verkorten van de raapperiode alléén is geen waarborg dat niet meer dan het maximaal toegestane aantal eieren wordt geraapt. De verleende ontheffing is in strijd met de Vogelrichtlijn.

Zaaknummer 200706598/1
Datum van de uitspraak: 25 juni 2008
Stichting De Faunabescherming tegen College van Gedeputeerde Staten van Fryslân.

Ter discussie stond het besluit van het College van Gedeputeerde Staten van Friesland waarbij aan de vereniging Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (de BFVW) voor vijf jaar ontheffing is verleend van het verbod van artikel 12 van de Flora- en faunawet om kievitseieren te kunnen rapen. Een ontheffing van dit verbod is mogelijk, maar het aantal geraapte kievitseieren moet op grond van de Vogelrichtlijn beperkt blijven tot ‘kleine hoeveelheden'.

In het oorspronkelijke besluit was ontheffing verleend voor de periode van 1 maart tot en met 8 april. Deze periode werd met 8 dagen verkort om te voldoen aan een eerdere uitspraak van de Raad van State in een procedure die was ingesteld door Vogelbescherming Nederland en Faunabescherming. Door het terugbrengen van de raapperiode zouden - gemiddeld - niet meer dan 6.934 eieren geraapt kunnen worden, omdat er dan niet meer dan dat aantal eieren te vinden is. Zo werd naar het oordeel van de provincie verzekerd dat het verlenen van een ontheffing geen nadelige effecten kan hebben op de Friese kievitenpopulatie.

De Raad van State is van oordeel dat het rapen van maximaal 6.934 eieren voldoet aan het criterium ‘kleine hoeveelheden' zoals dat door het Europese Hof van Justitie wordt uitgelegd (9 december 2004, in zaak C-79/03, Commissie/Spanje). Het hiervoor gebruikte rekenmodel, de ingevoerde data en aannames vormen de best beschikbare kennis en de berekening is daarmee niet onzorgvuldig.
Ook is de Afdeling van oordeel dat het verlenen van een ontheffing voor het rapen van 6.934 eieren de kievitenpopulatie niet in gevaar brengt. De stand van de kievitenpopulatie is gestabiliseerd in de periode 2000-2005; een periode waarin de raapdruk veel groter was dan momenteel is toegestaan. In de jaren 1996-2000 ging het aantal kieviten flink achteruit en het is niet gebleken dat toen veel meer eieren werden geraapt dan in de periode 2000-2005.

De Afdeling is er echter niet van overtuigd dat alléén het beperken van de raapperiode met acht dagen voldoende is om te waarborgen dat er daadwerkelijk maximaal 6.934 eieren geraapt worden. De invloed van externe factoren, zoals de weersomstandigheden en de daarmee samenhangende start van het broedseizoen, is zodanig dat niet kan worden uitgesloten dat in deze raapperiode meer dan het berekende aantal eieren gelegd wordt en dus geraapt kan worden. Illustratief in dit verband is dat in 2006, na een koud voorjaar, 4.585 eieren, en in 2007, na een warm voorjaar, 22.767 eieren zijn geraapt.

Verder mag de provincie er niet van uit gaan dat het niet is vereist te controleren of er inderdaad maximaal 15 eieren per persoon worden geraapt, zoals de voorwaarden van de ontheffing bepalen. Het argument om niet te controleren was dat toch niet meer dan het maximaal toegestane aantal eieren geraapt kan worden in de raapperiode.

Nu vaststaat dat met de beperking in de raapperiode en de overige aan de ontheffing verbonden voorwaarden niet is gewaarborgd dat maximaal 6.934 eieren worden geraapt en daarop evenmin op andere wijze wordt toegezien, is de ontheffing in strijd met de Vogelrichtlijn en had deze niet mogen worden verleend.

Voor meer informatie over de kievitseieren rapen en de natuurwetgeving.

Klik hier voor de eerdere uitspraken over het kievitseieren rapen.
Klik hier voor het nieuwsbericht over de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden over het kievitseieren rapen.

 

Archief