Begrippenlijst A-Z

Ontheffing voor verboden Flora- en faunawet

Om in strijd te mogen handelen met de verboden van de Flora- en faunawet, moet er een ontheffing worden aangevraagd bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op grond van artikel 75 Flora- en faunawet. Een ontheffing kan worden aangevraagd voor de volgende verboden.

  • Het verbod op het doden en verwonden van vogels. 
  • Het verbod op het opzettelijk verontrusten van vogels.
  • Het verbod op het wegnemen, verstoren en vernielen van nesten.
  • Het verbod op het zoeken, wegnemen en vernielen van eieren.
  • Het verbod om wilde beschermde vogels te houden

Deze ontheffingsmogelijkheid wordt niet gebruikt als het gaat om de bestrijding van schade veroorzaakt door bijvoorbeeld ganzen en smienten. Klik hier voor meer informatie over bestrijding van schade.


Klik op een van de onderstaande ontheffingen om de voorwaarden te lezen waaraan voldaan moet worden voordat een ontheffing verleend kan worden.

 

Ontheffing voor het opzettelijk verontrusten van vogels:
Om een ontheffing te krijgen om vogels opzettelijk te mogen verontrusten, moet er worden voldaan aan een aantal eisen. Er zijn twee verschillende pakketten van eisen waarop een beroep kan worden gedaan.

Manier 1

  • de gunstige staat van instandhouding van de vogelsoort komt niet in gevaar door deze ontheffing te verlenen én
  • er bestaat geen andere bevredigende oplossing waarbij er niet in strijd wordt gehandeld met de Flora- en faunawet én
  • als de ontheffing wordt verleend, wordt daarmee een van de volgende belangen gediend:
    - de bescherming van flora en fauna,
    - de veiligheid van het luchtverkeer,
    - de volksgezondheid of openbare veiligheid,
    - onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie van soorten.

Manier 2

  • De handeling waarvoor ontheffing is aangevraagd heeft geen wezenlijke invloed en dient een van de volgende belangen: 
    - dwingende reden van groot openbaar belang, inclusief redenen van sociale of economische aard en effecten die voor het milieu gunstig zullen zijn,
    - het voorkómen van ernstige schade aan vormen van eigendom (onder eigendommen vallen niet: gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren, hiervoor gelden aparte regels),
    - belangrijke overlast, veroorzaakt door vogels,
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en in de bosbouw,
    - bestendig gebruik 
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.

 

Ontheffing voor het verwijderen, beschadigen of verstoren van nesten:
Om een ontheffing te krijgen voor het verwijderen, verstoren of beschadigen van nesten, moet er worden voldaan aan een aantal eisen. Er zijn twee verschillende pakketten van eisen waarop een beroep kan worden gedaan.

Manier 1

  • de gunstige staat van instandhouding van de vogelsoort komt niet in gevaar door deze ontheffing te verlenen én
  • er bestaat geen andere bevredigende oplossing waarbij er niet in strijd wordt gehandeld met de Flora- en faunawet én
  • als de ontheffing wordt verleend, wordt daarmee een van de volgende belangen gediend:
    - de bescherming van flora en fauna,
    - de veiligheid van het luchtverkeer,
    - de volksgezondheid of openbare veiligheid,
    - onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie van soorten.

Manier 2

  • Wanneer er geen beroep gedaan kan worden op manier 1, dan kan er een beroep op manier 2 gedaan worden, als met het verlenen van de ontheffing een van de volgende belangen wordt gediend:
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en in de bosbouw,
    - bestendig gebruik 
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.
  • Maar er moet dan aan de volgende eisen voldaan worden:
    - er vindt geen benutting of economisch gewin plaats én
    - er wordt zorgvuldig gehandeld.

 

Ontheffing voor het doden, verwonden en vangen van vogels:
Om een ontheffing te krijgen voor het doden, verwonden en vangen van vogels, moet er worden voldaan aan een aantal eisen. Er zijn drie verschillende pakketten van eisen waarop een beroep kan worden gedaan.

Manier 1

  • de gunstige staat van instandhouding van de vogelsoort komt niet in gevaar door deze ontheffing te verlenen én
  • er bestaat geen andere bevredigende oplossing waarbij er niet in strijd wordt gehandeld met de Flora- en faunawet én
  • als de ontheffing wordt verleend, wordt daarmee een van de volgende belangen gediend:
    - de bescherming van flora en fauna,
    - de veiligheid van het luchtverkeer,
    - de volksgezondheid of openbare veiligheid,
    - onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie van soorten.

Manier 2

  • Wanneer er geen beroep gedaan kan worden op manier 1, dan kan er een beroep op manier 2 gedaan worden, als met het verlenen van de ontheffing een van de volgende belangen wordt gediend:
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en in de bosbouw,
    - bestendig gebruik 
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.
  • Maar er moet dan aan de volgende eisen voldaan worden:
    - er vindt geen benutting of economisch gewin plaats én
    - er wordt zorgvuldig gehandeld.

Manier 3

Om belangrijke overlast tegen te gaan door vogels te vangen of te doden, kan een ontheffing worden aangevraagd als voldaan wordt aan de volgende eisen:

  • Als er gebruik gemaakt kan worden van de speciale regelingen voor schadebestrijding, dan kan men hier geen beroep op doen. Klik hier voor meer informatie.
  • de vogelsoort waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd staat op Bijlage II van de Vogelrichtlijn én
  • de handeling wordt niet uitgevoerd in het broedseizoen (15 maart tot 15 juli).

Van het verbod op het doden van vogels wordt echter zelden ontheffing gegeven omdat dit strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 2 Flora- en faunawet. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen met voldoende zorg moet handelen om schade aan planten en dieren te voorkomen.

 

Ontheffing voor het zoeken, rapen en vernielen van vogeleieren:
Om een ontheffing te krijgen voor het zoeken, rapen en vernielen van vogeleieren, moet er worden voldaan aan een aantal eisen. Er zijn twee verschillende pakketten van eisen waarop een beroep kan worden gedaan. Voor het verzamelen van kievitseieren en het schudden van ganzeneieren om landbouwschade tegen te gaan gelden andere regelingen.

Manier 1

  • de gunstige staat van instandhouding van de vogelsoort komt niet in gevaar door deze ontheffing te verlenen én
  • er bestaat geen andere bevredigende oplossing waarbij er niet in strijd wordt gehandeld met de Flora- en faunawet én
  • als de ontheffing wordt verleend, wordt daarmee een van de volgende belangen gediend:
    - de bescherming van flora en fauna,
    - de veiligheid van het luchtverkeer,
    - de volksgezondheid of openbare veiligheid,
    - onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie van soorten.

Manier 2

  • Wanneer er geen beroep gedaan kan worden op manier 1, dan kan er een beroep op manier 2 gedaan worden, als met het verlenen van de ontheffing een van de volgende belangen wordt gediend:
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en in de bosbouw,
    - bestendig gebruik 
    - de uitvoering van werkzaamheden in verband met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling.
  • Maar er moet dan aan de volgende eisen voldaan worden:
    - er vindt geen benutting of economisch gewin plaats én
    - er wordt zorgvuldig gehandeld.

 

Ontheffing voor het houden van vogels:
Om een ontheffing te krijgen voor het houden van beschermde inheemse vogelsoorten die in het wild zijn gevangen, moet er voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

  • de gunstige staat van instandhouding van de vogelsoort komt niet in gevaar,
  • er bestaat geen alternatieve oplossing waarbij geen wilde vogels gehouden hoeven te worden,
  • de ontheffing wordt verleend in het belang van onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie, of voor de kweek die daarvoor nodig is.