Gunstige staat van instandhouding
Om te bepalen of vogelsoorten in een ‘gunstige staat van instandhouding' zijn, wordt beoordeeld op een aantal criteria:
- dat de populatie een levensvatbare component van de habitat (leefgebied) is en blijft,
- dat het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort niet wezenlijk wordt verkleind
- en dat er een voldoende groot habitat blijft bestaan waarin de populaties van de soort zich op de lange termijn in stand kunnen houden.
Wanneer er slechts sprake is van één exemplaar dat verstoord zal worden, is het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van mening dat er geen sprake is van een ‘ongunstige staat van instandhouding', aangezien het geen invloed zal hebben op de populatie. Als het echter om een zeldzame soort gaat, kan dit anders zijn.
Wanneer een vogelsoort voorkomt op de Rode Lijst, dan betekent het dat het al slecht gaat met deze soort. Er wordt dan sneller geoordeeld dat een activiteit inbreuk maakt op de gunstige staat van instandhouding van de soort.