Begrippenlijst A-Z

Artikel 6 lid 4 Habitatrichtlijn

Dit artikel vormt een uitzondering op artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn. Op grond van dat artikel kan er namelijk geen toestemming verleend worden voor een plan of project waarvan niet kan worden uitgesloten dat het significante negatieve effecten kan hebben voor een Vogelrichtlijngebieden of Habitatrichtlijngebieden. Lid 4 betreft een uitzondering op lid 3. Het bepaalt dat er toch toestemming verleend kan worden voor zo'n plan of project als het een dwingende reden van groot openbaar belang dient. Er geen alternatief plan of project denkbaar is om dit dwingende belang te dienen waarbij de natuur niet verloren gaat én de natuurwaarden die verloren zullen gaan gecompenseerd zijn voordat de negatieve effecten van het plan of project in zullen treden. 

Dwingende redenen van groot openbaar belang:
Als uitgangspunt geldt dat alleen publieke, lange-termijnbelangen dwingend kunnen zijn. Wat niet betekent dat een regionaal belang nooit een dwingende reden van groot openbaar belang kan zijn. Het kan echter niet zo zijn dat slechts enkelen er belang bij hebben. Eventueel kan het ook om economische en sociale belangen gaan, maar die moeten dan wel een publiek karakter hebben. Belangrijke voorbeelden zijn: de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

Compensatie:
Het is hierbij uitdrukkelijk niet mogelijk om financieel te compenseren. Het is juist de bedoeling dat zo dichtbij als mogelijk de natuurwaarden die verloren zijn gegaan, worden vervangen om zo het ecologisch netwerk van natuurgebieden intact te houden.
Het gaat niet alleen om het compenseren van de kwantiteit aan verloren natuurwaarden, maar ook om de kwaliteit. Netto mag de natuur er niet op achteruitgaan; dit betekent ook dat de compensatie gerealiseerd moet zijn op het moment dat de negatieve effecten van het plan of project intreden.