Begrippenlijst A-Z
Hier vindt u een overzicht van begrippen die veel voorkomen binnen de regels die vogels en hun leefgebieden beschermen.
Voor meer informatie over algemene juridische begrippen kunt u ook terecht op de website rechtspraak.nl.
« terug naar index- A
AanwijzingsbesluitOp grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn/worden alle belangrijke natuurgebieden in Nederland aangewezen als speciale beschermingszone. Deze Europese regels zijn omgezet in de Nederlandse Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Op grond van deze nationale uitwerking worden voor al deze natuurgebieden aanwijzingsbesluiten opgesteld. In deze besluiten wordt door middel van instandhoudingsdoelstellingen aangegeven voor welke natuurwaarden het gebied in stand moeten worden gehouden of hersteld moet worden. Ook staan hierin de begrenzingen van het gebied aangewezen.
» Meer informatie
Agrarisch natuurbeheerAgrarisch natuurbeheer houdt in dat de gebruikelijke agrarische bedrijfsvoering is aangepast om natuur- en landschapswaarden te behouden of te creëren. Bijvoorbeeld door later te maaien om broedende weidevogels te beschermen. De landbouwgronden blijven in eerste instantie bedoeld voor de landbouw, maar er wordt rekening gehouden met de natuur. Boeren kunnen voor het beheren van hun gronden een subsidie ontvangen, de zogenaamde SAN-pakketten.
Klik hier voor meer informatie over de bescherming van weidevogels in verhouding tot agrarisch natuurbeheer.
Algemene maatregel van bestuur (AMvB)Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) is een besluit waarin de regels van een wet nader worden uitgewerkt. In zo'n besluit kan bijvoorbeeld aangegeven worden welke vogels als beschermde vogels worden aangemerkt en van wanneer tot wanneer het jachtseizoen loopt. Een besluit wordt genomen door ten minste één minister en de koningin nadat de Raad van State hier advies over heeft uitgebracht. Het voordeel van zo'n AMvB ten opzichte van een wet, is dat deze een gemakkelijker procedure kent omdat de Eerste en de Tweede Kamer hier niet over meebeslissen. In sommige gevallen kan de wet bepalen dat alleen één minister een besluit hoeft te ondertekenen; dat heet dan een ministeriële regeling.
Artikel 6 lid 4 HabitatrichtlijnDit artikel vormt een uitzondering op artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn. Op grond van dat artikel kan er namelijk geen toestemming verleend worden voor een plan of project waarvan niet kan worden uitgesloten dat het significante negatieve effecten kan hebben voor een Vogelrichtlijngebieden of Habitatrichtlijngebieden. Lid 4 betreft een uitzondering op lid 3. Het bepaalt dat er toch toestemming verleend kan worden voor zo'n plan of project als het een dwingende reden van groot openbaar belang dient. Er geen alternatief plan of project denkbaar is om dit dwingende belang te dienen waarbij de natuur niet verloren gaat én de natuurwaarden die verloren zullen gaan gecompenseerd zijn voordat de negatieve effecten van het plan of project in zullen treden.
» Meer informatie
- B
BeheerplanOp grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn/worden alle belangrijke natuurgebieden in Nederland aangewezen als speciale beschermingszone. Deze Europese regels zijn omgezet in de Nederlandse Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Op grond van deze nationale uitwerking worden voor al deze natuurgebieden aanwijzingsbesluiten opgesteld. In deze besluiten wordt door middel van instandhoudingsdoelstellingen aangegeven voor welke natuurwaarden het gebied in stand moeten worden gehouden of hersteld moet worden.
Deze instandhoudingsdoelstellingen worden vervolgens concreter uitgewerkt in het beheerplan. Voor elk natuurgebied moet een dergelijk beheerplan worden opgesteld. Dit wordt in de meeste gevallen gedaan door de Provincie. In dat beheerplan worden niet alleen de natuurdoelen uitgewerkt. Er wordt ook aangegeven of bestaande activiteiten in het gebied wel of niet schadelijk kunnen zijn. Bepaald wordt of er hiervoor een vergunningplicht geldt of dat ze vergunningvrij zijn, doordat ze worden opgenomen in het beheerplan.
Allerlei belanghebbenden moeten betrokken worden bij het opstellen van dit plan. Dit wordt een erg belangrijk document waaraan in de toekomst ook vergunningaanvragen getoetst zullen worden. Het is dus voor alle belanghebbenden aan te raden om in een vroeg stadium betrokken te worden bij het opstellen van deze plannen.Klik hier voor de 'Leidraad Natuurbeschermingswet 1998' waarin meer uitleg gegeven wordt over de beheerplannen.
BelanghebbendeHet is niet altijd voor iedereen mogelijk om juridisch actie te ondernemen tegen besluiten van de overheid. Om zienswijzen, bezwaar en beroep in te kunnen dienen, is het meestal vereist dat u gezien wordt als belanghebbende (art. 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht). Belanghebbenden zijn diegenen van wie de belangen direct betrokken zijn bij het genomen besluit. Wordt uw situatie door het besluit beïnvloed? In de praktijk wordt er vaak gekeken naar de nabijheid; bijvoorbeeld de nabijheid van werkzaamheden ten opzichte van de woning. Ook de vraag of er zicht is op de betreffende locatie is een regelmatig gehanteerd criterium.
» Meer informatie
Belangrijke schadeDeze term wordt gebruikt binnen de 'schadebestrijding'. Wanneer een bedrijf als gevolg van bijvoorbeeld ganzen schade lijdt, dan kan het bedrijf optreden tegen de schade door ganzen te verjagen of af te schieten. Een voorwaarde hiervoor is dat er sprake is van belangrijke schade. Er is sprake van belangrijke schade aan gewassen als redelijkerwijs niet van een grondgebruiker kan worden gevergd dat deze het risico moet dragen voor de geleden schade.
In landelijk beleid wordt dit begrip zodanig uitgelegd, dat er sprake is van belangrijke schade als de grondeigenaar meer dan 250 euro schade heeft.
Beroep instellenWanneer u niet tevreden bent met wat er is besloten op grond van uw bezwaarschrift, dan kunt u in beroep gaan binnen de daarvoor gestelde termijn. Dit betekent dat u uw zaak voorlegt aan de rechter. In milieuzaken is dit meestal de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na een beroep op de Raad van State, is er geen hoger beroep meer mogelijk; dit is de definitieve uitspraak. Het overheidsorgaan en uzelf zullen deze beslissing over moeten nemen. Alleen wanneer het overheidsorgaan de beslissing van de rechter (onvoldoende) overneemt, kunt u weer een procedure starten.
Beschermd natuurmonumentOnder de Natuurbeschermingswet kunnen belangrijke natuurgebieden worden aangewezen als beschermd natuurmonument. Een gebied kan aangewezen worden vanwege het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke waarde van het gebied. Deze gebieden zijn vaak in beheer bij Staatsbosbeheer of bij Natuurmonumenten. In deze gebieden zijn niet alle handelingen en activiteiten toegestaan. Er mag geen gevaar zijn voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijk waarde van het gebied, voor de dieren en planten die er leven en het gebied mag niet ontsierd worden.
Beschermde leefomgevingDe Flora- en faunawet maakt het mogelijk om een bepaalde plaats aan te wijzen als beschermde leefomgeving, het gaat dan niet om een uitgebreid gebied, maar om het leefgebied van een bepaalde diersoort. Zulke gebieden worden soms aangewezen voor steenuilen of oeverzwaluwen. In het aanwijzingsbesluit van het gebied staat aangegeven wat er vervolgens wel en niet is toegestaan in het gebied. Tevens is het mogelijk om de provincie te verzoeken om een gebied als beschermde leefomgeving aan te wijzen.
Beschermde vogelsAlle vogels die van nature in het wild voorkomen op het grondgebied van de EU worden beschermd door de Flora- en faunawet. Vogels die gekweekt worden zoals kippen, exoten zoals de Nijlgans, gefokte vogels en huisdieren vallen dus niet onder deze wet. Vogels zoals de ooievaar en het korhoen die in Nederland zijn uitgezet in het kader van een fokprogramma worden wel beschermd. Om deze bescherming gestalte te geven, bevat de Flora- en faunawet allerlei verboden zoals het verbod op het doden, verwonden en verstoren van vogels, hun nesten en eieren.
Klik hier voor een lijst van vogels die in Nederland worden aangemerkt als beschermde vogelsoorten.
Bestaand gebruikIn de Habitatrichtlijn en de Natuurbeschermingswet wordt er onderscheid gemaakt tussen ‘bestaand gebruik' en ‘plannen en projecten'. Er wordt niet een erg heldere definitie gegeven van wat hieronder verstaan moet worden. Het kokkelvisserij-arrest heeft bepaald dat onder project moet worden verstaan: de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken en andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten. Een activiteit (zoals de mechanische kokkelvisserij) die al jaren periodiek plaatsvond wordt toch gezien als een project aangezien er jaarlijks een vergunning voor moest worden aangevraagd, waardoor er ook een jaarlijkse beoordeling moest plaatsvinden.
Onder plannen wordt verstaan: ruimtelijke-ordeningsplannen, inclusief plannen die geen rechtstreekse werking hebben maar die de basis vormen van meer gedetailleerde plannen. Ook sectorale plannen voor bijvoorbeeld waterbeheer of afvalstoffenverwerking vallen onder het begrip ‘plan'. Beleidsverklaringen die echter geen effecten kunnen hebben op een beschermd gebied kunnen niet gezien worden als een plan in de zin van de Habitatrichtlijn.
Hieruit valt dus af te leiden dat er van bestaand gebruik sprake is als het om plannen en projecten gaat die al lang in werking zijn en niet meer getoetst hoeven te worden.
BestemmingsplanDit is een ruimtelijk plan dat opgesteld wordt door de gemeente en dat gebieden een bepaalde functie toekent waaraan voorwaarden zijn verbonden; wat er wel en niet is toegestaan. Deze regels gelden voor bedrijven, burgers en ook voor de overheid zelf. Wanneer iemand in strijd met het bestemmingsplan wil bouwen dan moet hij een ontheffing of projectbesluit aanvragen om toestemming te krijgen of het bestemmingsplan moet worden herzien.
Bestendig beheer en onderhoud in de landbouw en bosbouwCruciaal is dat het gaat om voortzetting van een praktijk die is gericht op behoud van de bestaande situatie. Deze werkzaamheden worden al langer op deze manier uitgeoefend en hebben dus kennelijk niet verhinderd dat zich beschermde soorten in het gebied vestigden. Vaak is er een beheer- of onderhoudsplan voor langere termijn. Bijvoorbeeld maaien om vegetaties in stand te houden, maaien van bermen voor verkeersveiligheid, maar ook oogsten in de landbouw. Zodra er veranderingen worden aangebracht in frequentie, omvang of intensiteit en er dus duidelijk afgeweken wordt van de gebruikelijke gang van zaken, is er niet langer sprake van bestendig beheer of onderhoud. Onder de werkzaamheden valt niet het beheer van dieren en de bestrijding van schade door dieren.
Het is overigens nog maar de vraag of bestendig beheer en onderhoud in alle gevallen doorgang kan blijven vinden wanneer dit verstoring met zich meebrengt.
Bestendig gebruikHiermee worden activiteiten bedoeld die al jarenlang plaatsvinden en samenhangen met de landschappelijke kwaliteit van een gebied en die daarin zijn ingepast. Voorbeelden waarvan wordt aangenomen dat zij hieronder vallen zijn het beheer en onderhoud van recreatieterreinen zoals jachthavens, maar ook evenementen op de daarvoor bestemde terreinen zoals motorcross. Voor zulke activiteiten geldt dat ze al langer op deze manier plaatsvinden en dus niet hebben verhinderd dat zich beschermde soorten vestigen. Zodra er veranderingen worden aangebracht in frequentie, omvang of intensiteit - en men dus afwijkt van de gebruikelijke gang van zaken - is er niet langer sprake van bestendig gebruik.
Het is echter maar de vraag of bestendig gebruik in alle gevallen doorgang kan blijven vinden wanneer dit verstoring met zich mee brengt.
BestuursdwangEen bestuursorgaan kan een einde proberen te maken aan een illegale situatie door te handhaven. Bestuursdwang is een van de middelen voor handhaving. Onder bestuursdwang wordt verstaan het daadwerkelijke optreden van de overheid waarmee een einde wordt gemaakt aan de illegale situatie; dus bijvoorbeeld het afbreken van een schuurtje dat zonder vergunning is gebouwd. Een bestuursorgaan doet eerst schriftelijk mededeling van de intentie bestuursdwang toe te passen als er niet binnen een bepaalde termijn een einde komt aan een illegale situatie. Na deze termijn kunnen zij overgaan tot bestuursdwang. Overigens kan het bestuursorgaan de gemaakte kosten van de bestuursdwang verhalen op de persoon die in overtreding was; bijvoorbeeld de eigenaar van het illegale schuurtje.
Zie ook: last onder dwangsom.
Bezwaar makenAls een overheidsorgaan een bepaald besluit heeft genomen - een vergunning of ontheffing verleend, een gedragscode vastgesteld of een aanwijzingsbesluit genomen - dan kunt u hiertegen bezwaar maken wanneer u belanghebbende bent. U dient dan bij het orgaan dat het besluit heeft genomen een bezwaarschrift in. In deze brief onderbouwt u waarom u van mening bent dat het genomen besluit niet op deze wijze genomen had mogen worden. U kunt gevraagd worden om een schriftelijke aanvulling of uitgenodigd worden voor een hoorzitting om een mondelinge toelichting te geven. In principe zal er binnen zes weken een besluit worden genomen, maar deze termijn kan verlengd worden.
» Meer informatie
Bijlage I en II VogelrichtlijnVoor de vogelsoorten van Bijlage I van de Vogelrichtlijn is Nederland verplicht om de meest geschikte leefgebieden aan te wijzen als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn. De vogelsoorten van Bijlage II mogen in Europa bejaagd worden voor zover de populaties in goede staat verkeren.
Op de website van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn bijlage I en II van de Vogelrichtlijn te vinden.
BroedseizoenVogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Flora- en faunawet. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden.
- C
CompensatieAls er toestemming wordt gegeven voor een plan of project dat significante effecten kan hebben voor een Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebied, dan is een van de voorwaarden dat de natuurwaarden die worden aangetast door het plan of project gecompenseerd worden. Het is hierbij uitdrukkelijk niet mogelijk om financieel te compenseren. Het is juist de bedoeling dat zo dichtbij als mogelijk de natuurwaarden die verloren zijn gegaan, worden vervangen om zo het ecologisch netwerk van natuurgebieden intact te houden.
Het gaat niet alleen om het compenseren van de kwantiteit aan verloren natuurwaarden, maar ook om de kwaliteit. Netto mag de natuur er niet op achteruitgaan; dit betekent ook dat de compensatie gerealiseerd moet zijn op het moment dat de negatieve effecten van het plan of project intreden.
Zie ook mitigatie.
Cumulatieve effectenDit is een term die we tegenkomen in de Habitatrichtlijn en in de Natuurbeschermingswet 1998. Om toestemming te krijgen voor nieuwe plannen of projecten die mogelijk significante negatieve effecten kunnen hebben op een Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebied, moet er een passende beoordeling worden uitgevoerd. Zowel in de voortoets of er een passende beoordeling moet worden uitgevoerd, als in de passende beoordeling zelf, wordt niet alleen naar de significantie van het afzonderlijke plan of project gekeken, maar ook naar de mogelijke combinatie met bestaande of voorgenomen plannen en projecten.
Een recreatieve voorziening in een beschermd gebied brengt wellicht geen significante effecten met zich mee, maar wanneer er in dat gebied al veel andere recreatie, intensieve landbouw en militaire activiteiten plaatsvinden kan de combinatie van die effecten wél significant zijn. Deze combinatie van effecten van verschillende plannen en projecten noemt men cumulatieve effecten.
- D
DwangsomEen bestuursorgaan kan een einde proberen te maken aan een illegale situatie door te handhaven. Een ‘last onder dwangsom' is een van de middelen voor handhaving. Het bestuursorgaan laat de overtreder dan weten dat deze de huidige illegale situatie moet opheffen zodat hij niet langer in strijd met de wet handelt. Als dit niet binnen de gestelde termijn gebeurd is zal hij de dwangsom moeten betalen. Dit betekent dus eigenlijk dat de overheid via de dreiging van een boete probeert af te dwingen dat de overtreder de illegale situatie zelf ongedaan maakt.
Dwingende redenen van groot openbaar belangAls uitgangspunt geldt dat alleen publieke, lange-termijnbelangen dwingend kunnen zijn. Wat niet betekent dat een regionaal belang nooit een dwingende reden van groot openbaar belang kan zijn. Het kan echter niet zo zijn dat slechts enkele particulieren er belang bij hebben. Eventueel kan het ook om economische en sociale belangen gaan, maar die moeten dan wel een publiek karakter hebben. Belangrijke voorbeelden zijn: de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
- E
Ecologische HoofdstructuurEen heel speciale planologische bescherming wordt geboden voor de gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Wanneer de EHS eenmaal gereed is vormt hij een netwerk van aaneengesloten natuur in Nederland, bestaande uit natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De natuurgebieden zijn vaak aangewezen als beschermd natuurmonument, Vogelrichtlijngebied of Habitatrichtlijngebied of als nationaal landschap.
Beschermde natuurmonumenten, Vogel- en Habitatrichtlijngebieden worden beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998 en de Europese richtlijnen. De bescherming van nationale landschappen en de verbindingszones wordt geregeld via het Structuurschema Groene Ruimte, streekplannen en bestemmingsplannen; hieruit blijken de voorschriften die gelden voor het gebied.
De website van E, L & I heeft meer informatie over de Ecologische Hoofdstructuur
Externe werkingDeze term wordt gebruikt wanneer we het hebben over de bescherming van natuurgebieden. Er is namelijk toestemming nodig voor plannen en projecten die mogelijk negatieve effecten hebben op beschermde natuurmonumenten, Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden. Er wordt dan niet alleen gekeken naar projecten die plaatsvinden binnen de grenzen van het beschermde gebied, maar ook alles wat daarbuiten plaatsvindt en negatieve effecten kan hebben voor de natuurwaarden binnen het beschermde gebied. Dus ook ‘externe' plannen en projecten kunnen een vergunning nodig hebben.
- F
FaunabeheerplanEen faunabeheerplan wordt opgesteld voor een bepaald gebied en geeft inzicht in het beheer van bepaalde diersoorten op korte én op lange termijn. Bij beheer moet men denken aan het afschieten van bepaalde ganzensoorten of het wegvangen van wild vanwege mogelijke schade aan gewassen of de natuur. Het lange-termijnbeheer is gericht op een duurzame instandhouding van de populatie in een natuurlijke omvang. Om de natuurlijke omvang van een populatie te bepalen wordt ook gekeken naar de draagkracht van het leefgebied waarbij er geen schade op zal treden. Het faunabeheerplan helpt bij een verantwoorde besluitvorming van gedeputeerde staten; het geeft aan welke maatregelen genomen kunnen worden om schade te bestrijden. Een dergelijk plan is in sommige gevallen vereist voordat men over kan gaan tot het verlenen van ontheffingen om bepaalde soorten te bestrijden.
FaunafondsHet Faunafonds bestaat uit personen met diverse achtergronden zoals de wetenschap, dierenbescherming, ecologie, jacht en landbouw. Zij richten zich op het bevorderen van maatregelen ter bestrijding van schade door dieren. Zij vormen ook het orgaan waartoe grondgebruikers zich kunnen richten wanneer zij recht hebben op vergoeding van geleden schade door beschermde diersoorten. Bovendien adviseren zij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie bij het opstellen van maatregelen en regelingen.
FoeragerenDit is een biologische term die eigenlijk niets anders betekent dan eten. Wanneer vogels een bepaald gebied gebruiken om zich te voeden, dan spreekt men van ‘foerageren' en ‘foerageergebieden'.
- G
GanzenfoerageergebiedenDit zijn gebieden die veelvuldig gebruikt worden door ganzen om te foerageren (eten). Deze gebieden zijn speciaal aangewezen om een rustige plek te garanderen. Op veel plaatsen worden ganzen namelijk verjaagd omdat zij schade veroorzaken aan landbouwgewassen. In ganzenfoerageergebieden mogen ganzen niet verjaagd of afgeschoten worden. Rondom deze gebieden is het juist de bedoeling dat dit wél gebeurt zodat de ganzen ‘leren' waar zij welkom zijn. Boeren kunnen ervoor kiezen hun grond aan te laten wijzen als ganzenfoerageergebied; zij ontvangen dan een schadevergoeding. Bovendien kunnen ze een beheerovereenkomst afsluiten om tegen een vergoeding actief beheer te voeren en zo het gebied geschikter te maken voor ganzen. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er voldoende gras aanwezig is.
Klik hier voor een overzicht van ganzenfoerageergebieden in Nederland.
Gedeputeerde statenDe gedeputeerde staten (GS) vormen het dagelijks bestuur van de provincie. Zij worden gekozen door de provinciale staten voor een periode van vier jaar en worden voorgezeten door de Commissaris van de Koningin. Iedere gedeputeerde heeft zijn of haar eigen taakgebied, bijvoorbeeld natuur en milieu. De taak van GS is het uitvoeren van het beleid van de Rijksoverheid en dat van de provinciale staten. GS is dus eigenlijk vergelijkbaar met het college van B&W binnen een gemeente.
Gedragscode (Flora- en faunawet)Op grond van de Flora- en faunawet moeten er ontheffingen worden aangevraagd wanneer te verrichte handelingen misschien schade veroorzaken voor vogels (en andere diersoorten). Omdat dit een lastig administratief proces is, kan er ook voor gekozen worden om een gedragscode op te stellen. Hierin staat dan omschreven hoe activiteiten uitgevoerd worden op een zodanig zorgvuldige manier dat vogels er geen schade van ondervinden. Als men kiest volgens deze gedragscode te werken, hoeven er geen ontheffingen te worden aangevraagd. Gedragscodes zijn onder andere goedgeurd voor zorgvuldig bosbeheer, voor recreatiegebieden en voor gemeentewerken. Ook voor andere sectoren worden gedragscodes opgesteld.
Gunstige staat van instandhouding Om te bepalen of vogelsoorten in een ‘gunstige staat van instandhouding' zijn, wordt beoordeeld op een aantal criteria:
- dat de populatie een levensvatbare component van de habitat (leefgebied) is en blijft,
- dat het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort niet wezenlijk wordt verkleind
- en dat er een voldoende groot habitat blijft bestaan waarin de populaties van de soort zich op de lange termijn in stand kunnen houden.
Wanneer er slechts sprake is van één exemplaar dat verstoord zal worden, is het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van mening dat er geen sprake is van een ‘ongunstige staat van instandhouding', aangezien het geen invloed zal hebben op de populatie. Als het echter om een zeldzame soort gaat, kan dit anders zijn.
Wanneer een vogelsoort voorkomt op de Rode Lijst, dan betekent het dat het al slecht gaat met deze soort. Er wordt dan sneller geoordeeld dat een activiteit inbreuk maakt op de gunstige staat van instandhouding van de soort.
- H
HabitatrichtlijngebiedDit is een gebied dat is aangewezen onder de Habitatrichtlijn. Een gebied wordt aangewezen wanneer er bepaalde diersoorten of habitattypen voorkomen. De bescherming van het gebied wordt geregeld door de Habitatrichtlijn en is gelijk aan die van de Vogelrichtlijngebieden.
HabitattoetsDit is een veelgebruikte term voor de passende beoordeling.
HandhavingHandhaving omvat alle handelingen die noodzakelijk zijn om naleving van wetten en regels te bewerkstelligen. Handhaving is te onderscheiden in toezicht en controle enerzijds en het opleggen van sancties anderzijds. Het eerste is gericht op preventie (vooraf), het andere op repressie (achteraf). Toezicht is van belang om eventuele overtredingen van de regels te signaleren en daar op te reageren, hetzij via voorlichting en/of waarschuwing, hetzij via sancties. Handhaving is onder te verdelen in bestuursrechtelijke handhaving en strafrechtelijke handhaving. Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op ongedaan maken van een toestand die in strijd is met de wettelijke voorschriften. Strafrechtelijke handhaving is gericht op het straffen van de overtreder. Veelvoorkomende vormen van bestuursrechtelijke handhaving zijn ‘bestuursdwang' en ‘Last onder dwangsom'.
- I
InstandhoudingsdoelstellingenInstandhoudingsdoelstellingen moeten vastgesteld worden in de aanwijzings-besluiten van de Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden. Deze doelen geven aan voor welke natuurwaarden het gebied belangrijk is (bijvoorbeeld de bruine kiekendief) en voor hoeveel kiekendieven er geschikt habitat beschikbaar moet zijn in dat gebied. Deze doelen zijn erg belangrijk omdat ze de bouwstenen vormen voor het beheer in een gebied, maar ook omdat zij het toetsingskader vormen voor de vergunningverlening. Plannen en projecten mogen niet plaatsvinden wanneer de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar zouden komen. (Tenzij er een uitzondering geldt.)
Klik hier voor de 'Leidraad Natuurbeschermingswet 1998' waarin meer informatie over instandhoudingsdoelstellingen staat.
- J
JachtWat is jacht? Wat wordt er bedoeld met dit begrip? Om te weten wat jacht betekent, is het ook belangrijk om te weten wat er onder schadebestrijding wordt verstaan. Klik hier voor informatie over het verschil en de betekenis van jacht en schadebestrijding.
- K
KeurDe Keur is een verordening van het Waterschap die regelt wat wel en niet mag in of nabij oppervlaktewater en dijken. Het vaststellen van de Keur is een eigen bevoegdheid van het bestuur van het waterschap. De Keur is van belang voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van het betreffende Waterschap. De regels in de Keur maken het werk en beleid van het waterschap inzichtelijker.
Kort gedingDit is net als de voorlopige voorziening een manier om een tijdelijk regeling te verkrijgen voor spoedeisende zaken. Het verschil tussen die twee is dat het kort geding een civiele procedure is en de voorlopige voorziening een bestuursrechtelijke procedure. Dat betekent dat er bij een kort geding een beroep wordt gedaan op de onrechtmatige daad. Deze procedure is een stuk ingewikkelder dan een voorlopige voorziening. Daarom is het in veel gevallen verplicht om u door een advocaat te laten bijgestaan. In de administratieve procedure kunt u echter altijd zelf het woord voeren.
Wanneer er een besluit van de overheid ligt waar u het niet mee eens bent, dan kunt u in bezwaar en beroep, vanwege bepaalde spoedeisende belangen kunt u met de voorlopige voorziening dan een tijdelijke regeling krijgen. Een kort geding starten is dan niet nodig. Echter wanneer u een tijdelijke regeling wil om schade te voorkomen welke niet veroorzaakt wordt door een besluit waartegen bezwaar en beroep open staat, dan zult u wel een kort geding moeten starten. Ook wanneer u een geschil heeft met een andere burger, kunt u geen voorlopige voorziening aanvragen.
- M
Milieu-effectrapportage (MER)Een milieu-effectrapportage (MER) is een instrument van de Wet milieubeheer om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. Een MER wordt gebruikt bij activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Zo is een MER verplicht bij de bouw van onder andere olieraffinaderijen, kerncentrales, chemische installaties en de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Er wordt vooral gekeken naar zaken als ammoniakdepositie, uitstoot van stikstof en beheer van afvalstoffen en afvalwater. De MER geeft weer wat de verwachte effecten zijn van bijvoorbeeld de olieraffinaderij op het milieu. Aan de hand van dat onderzoek wordt bepaald of de raffinaderij mag worden gebouwd en welke voorwaaren hieraan moeten worden verbonden. Binnen de MER wordt vooral naar milieu effecten en minder naar de invloeden op de natuur gekeken. Wel kunnen een passende beoordeling en een MER gecombineerd worden uitgevoerd, waarbij er uiteraard wel veel aandacht is voor natuuraspecten.
Ministeriële regelingEen algemene maatregel van bestuur (AMvB) is een besluit waarin de regels van een wet nader worden uitgewerkt. In zo'n besluit kan bijvoorbeeld aangegeven worden welke vogels als beschermde vogels worden aangemerkt en van wanneer tot wanneer het jachtseizoen loopt. Het besluit wordt genomen door ten minste één minister en de koningin nadat de Raad van State hier advies over heeft uitgebracht. Het voordeel van zo'n AMvB ten opzichte van een wet, is dat deze een gemakkelijker procedure kent omdat de Eerste en de Tweede Kamer hier niet over meebeslissen. In sommige gevallen kan de wet bepalen dat alleen één minister een besluit hoeft te ondertekenen; we spreken dan van een ministeriële regeling.
MitigatieWanneer een plan of project significante effecten kan hebben voor een Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebied, dan kan alleen toestemming worden verleend als er een beroep kan worden gedaan op de uitzonderingsgrond van artikel 6 lid 4 Habitatrichtlijn. Aangezien het erg moeilijk is om aan deze vereisten te voldoen, is het ook in het belang van de initiatiefnemer van het plan of project, om ervoor te zorgen dat significante effecten van te voren uit te sluiten zijn zodat hij gemakkelijker toestemming krijgt.
Een manier om significante effecten uit te kunnen sluiten, is het nemen van mitigerende maatregelen. De bedoeling van mitigatie (letterlijk: verzachting) is dat significante negatieve effecten zullen uitblijven. Een voorbeeld van zo'n maatregel is bijvoorbeeld om werkzaamheden buiten het broedseizoen te plannen, hiermee zal verstoring worden voorkomen.
» Meer informatie
- N
Nationaal landschapNationale landschappen zijn gebieden die een combinatie bevatten van natuurlijke en cultuurhistorische landschappen. Er is in zo'n landschap extra aandacht voor de kernkwaliteiten en er is ook meer geld beschikbaar om deze kwaliteiten te behouden en ontwikkelen. Als een gebied als nationaal landschap is aangewezen dan moet dit verder uitgewerkt worden door de provincie in de streekplannen.
Voor meer informatie hierover, kunt u terecht op de website van E, L & I.
Nationaal parkGrote natuurgebieden kunnen in Nederland als nationaal park worden aangewezen in eerste instantie om de aanwezige ecosystemen te beschermen, maar er is tevens veel aandacht voor natuurgerichte recreatie, educatie, voorlichting en onderzoek.
De website van E, L & I bevat meer informatie over nationale parken.
Natura 2000Voor het herstel en behoud van een veerkrachtige natuur is het belangrijk dat planten en dieren met elkaar in contact staan en een voldoende groot leefgebied hebben. Om het beschermen van kleine geïsoleerde leefgebieden tegen te gaan is Natura 2000 ontwikkeld. Getracht wordt om een samenhangend ecologisch netwerk tot stand te brengen, bestaande uit gebieden die beschermd worden door de Vogel- en Habitatrichtlijn en waar mogelijk ecologische verbindingszones. Dit netwerk is juridisch gezien geïntroduceerd in 1992 in de Habitatrichtlijn.
- O
Ontheffing Wanneer een bepaalde handeling is verboden door de wet, kan men een ontheffing aanvragen waardoor die handeling voor de aanvrager niet langer verboden is. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een vrijstelling; daarmee is er een algemene ontheffing gegeven van een wettelijk verbod. Een ontheffing wordt altijd aan een bepaald persoon of organisatie verleend.
Ontheffing voor schadebestrijdingOntheffing voor schadebestrijding op grond van artikel 68 Flora- en faunawet.
Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing verlenen aan faunabeheereenheden om verboden handelingen uit te voeren ten opzichte beschermde diersoorten. Er geldt hier niet, zoals bij artikel 65 en 67 Flora- en faunawet, de beperking dat alleen ontheffing kan worden aangevraagd voor bepaalde vogelsoorten. In principe kan voor elke vogelsoort zo'n ontheffing worden aangevraagd. Het is verplicht voor de faunabeheereenheid om te werken met een speciaal faunabeheerplan.
» Meer informatie
Ontheffing voor verboden Flora- en faunawetOm in strijd te mogen handelen met de verboden van de Flora- en faunawet, moet er een ontheffing worden aangevraagd bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op grond van artikel 75 Flora- en faunawet. Een ontheffing kan worden aangevraagd voor de volgende verboden.
- Het verbod op het doden en verwonden van vogels.
- Het verbod op het opzettelijk verontrusten van vogels.
- Het verbod op het wegnemen, verstoren en vernielen van nesten.
- Het verbod op het zoeken, wegnemen en vernielen van eieren.
- Het verbod om wilde beschermde vogels te houden
Deze ontheffingsmogelijkheid wordt niet gebruikt als het gaat om de bestrijding van schade veroorzaakt door bijvoorbeeld ganzen en smienten. Klik hier voor meer informatie over bestrijding van schade.
» Meer informatie
Onverwijlde spoedArt. 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat er een voorlopige voorziening kan worden aangevraagd bij ‘onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen'. Hiervan is sprake als er zodanige belangen spelen, dat er niet gewacht kan worden op de beslissing op het ingediende bezwaar of beroep tegen het schadeveroorzakende besluit. Vanuit het natuuroogpunt is er bijvoorbeeld sprake van onverwijlde spoed als zonder in te grijpen de natuur onherstelbaar beschadigd zal worden.
Opzettelijk verontrustenVan opzettelijk verontrusten is nog geen sprake wanneer een vogel even opvliegt van zijn nest/rustplaats/foerageergebied omdat er iemand langs loopt, maar wel wanneer de vogel wordt verstoord en niet meer terugkomt. Van geval tot geval moet bepaald worden of iets opzettelijk verontrusten is.
» Meer informatie
Ornithologische criteriaDe lidstaten van de Europese Unie moeten voor een groot aantal vogelsoorten Vogelrichtlijngebieden aanwijzen. Welke gebieden worden aangewezen dient te worden bepaald op grond van ornithologische criteria; op basis dus van de kennis over waar vogels voorkomen en wat de aard en omvang van hun leefgebied moet zijn. Er kan dus geen ruimte zijn voor economische afwegingen; de meest geschikte gebieden voor vogels moeten worden aangewezen.
- P
Passende beoordelingDe vergunningverlening binnen de Natuurbeschermingswet 1998 gaat uit van het nee-tenzij-beginsel. Alleen wanneer vast staat dat een plan of project geen negatief effect heeft op een gebied kan er een vergunning worden verleend. Binnen de vergunningverlening zijn er twee toetsingsmogelijkheden; de passende beoordeling en de verslechterings- en verstoringstoets. Wanneer significante effecten niet uitgesloten kunnen worden of onzeker zijn, moet er een passende beoordeling worden uitgevoerd. Wanneer significante effecten uitgesloten kunnen worden, maar negatieve effecten wel kunnen optreden, wordt er een verslechterings- en verstoringstoets uitgevoerd.
» Meer informatie
PeilbesluitEen peilbesluit is een juridisch document waarin het waterpeil van sloten en kanalen is vastgelegd. Dit document biedt belanghebbenden duidelijkheid en rechtszekerheid over de te handhaven waterpeilen. Het hoogheemraadschap heeft een inspanningsverplichting om de in het peilbesluit vastgelegde peilen te handhaven. Dit betekent dat de waterbeheerder naar eer en geweten zijn best moet doen het peil op de vastgestelde waarde te handhaven. Eens in de tien jaar moet het besluit worden herzien. Hierdoor is het mogelijk beter in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in het gebied zoals functiewijziging, klimaatverandering of maaivelddaling. Tegelijk is het zaak de belangen van onder meer landbouw, natuur en stedelijk gebied opnieuw af te wegen.
Plan of projectVoor alle plannen en projecten die in of nabij een Vogel- of Habitatrichtlijn gebied worden gerealiseerd en die mogelijk negatieve effecten met zich meebrengen, moet een passende beoordeling worden uitgevoerd. Onder ‘plannen' vallen allerlei planologische plannen zoals bestemmingsplannen en waterbeheerplannen, voor zover ze niet te abstract zijn. Het begrip ‘project' wordt erg breed gedefinieerd; hieronder vallen alle handelingen en ingrepen die effecten kunnen hebben voor de natuur. Ook bestaand gebruik kan gezien worden als een plan of project.
PopulatiebeheerBijna alle vogels die in Nederland voorkomen zijn beschermd en dat betekent dat het verboden is om ze te doden, te verjagen of te verstoren. Op deze verboden bestaan een aantal uitzonderingen, waaronder regelingen voor jacht, beheer en schadebestrijding.
» Meer informatie
Bij populatiebeheer en schadebestrijding gaat het niet om plezierjacht maar om het tegengaan en voorkomen van schade en overlast van dieren. Van sommige diersoorten wordt geoordeeld dat de populaties te groot geworden zijn en daardoor overlast kunnen veroorzaken. Er kan dan besloten worden om de populatie te verkleinen, ofwel te ‘beheren'.
- R
Raad van StateDit is de hoogste instantie in de bestuursrechtspraak, zoals de Hoge Raad dat is voor het civiele recht. Het milieurecht valt namelijk onder de bestuursrechtspraak; het regelt de verhouding tussen burger en overheid. Het merendeel van de rechtspraak wordt dan ook gedaan door de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State. Meer informatie kunt u vinden op de website van de Raad van State.
Rode lijstEen rode lijst is een internationaal toegepast middel om de aandacht te vestigen op soorten planten en dieren die bedreigd worden of al verdwenen zijn. Zo'n lijst is een opsomming van soorten die in een bepaald gebied (regio, land of op wereldschaal) in de problemen zitten. Er zijn lijsten voor onder meer vissen, ongewervelde dieren, vogels en zoogdieren. De lijsten hebben niet zozeer een juridische functie, maar primair een signaalfunctie voor overheden, niet-gouvernementele organisaties en internationale instituties. Aan de hand van de lijsten kan gericht beleid ontwikkeld worden om populaties die in de knel zitten te beschermen.
Klik hier om te rode lijsten te bekijken.
Ruimtelijke ontwikkelingenHieronder valt een groot scala aan activiteiten. Doorgaans gaat het om ingrijpende veranderingen die leiden tot een functieverandering of uiterlijke verandering van het gebied. Het kan echter ook gaan om kleinschalige activiteiten zoals de bouw van een schuur of de verbouwing van een huis.
- S
SchadebestrijdingWat is schadebestrijding? Wat wordt er bedoeld met dit begrip? Om te weten wat schadebestrijding betekent, is het ook belangrijk om te weten wat er onder jacht wordt verstaan. Klik hier voor informatie over het verschil en de betekenis van jacht en schadebestrijding.
Significante (negatieve) effectenEr is veel te doen geweest over wat hier precies onder moet worden verstaan. Het zogenaamde kokkelvisserij-arrest van het Europese Hof van Justitie heeft wat duidelijkheid verschaft, maar er blijven nog veel vraagtekens bestaan.
Duidelijk is dat de negatieve effecten afgezet moeten worden tegen de instandhoudingsdoelstellingen van het beschermde natuurgebied. Deze doelstellingen van het gebied mogen niet in gevaar worden gebracht, anders spreekt men van significantie. Een voorbeeld van een instandhoudingsdoelstelling voor een gebied is het behoud van omvang en kwaliteit van leefgebied voor 8 bruine kiekendieven. Wanneer een plan of project tot resultaat zou kunnen hebben dat er in het gebied onvoldoende geschikt leefgebied voor 8 kiekendieven overblijft, spreekt men van mogelijke significante effecten.
Speciale beschermingszone (SBZ)Dit is een beschermd natuurgebied dat is aangewezen onder de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn. Alle SBZ's samen vormen het Natura 2000 netwerk: een Europees coherent netwerk van beschermde natuurgebieden.
StaatsnatuurmonumentTot oktober 2005 was er een onderscheid tussen staatsnatuurmonumenten en beschermde natuurmonumenten. Dat onderscheid werd in het verleden al minder doordat jurisprudentie bepaalde dat beide monumenten dezelfde status hadden. In de nieuwe Natuurbeschermingswet 1998 (die in oktober 2005 in werking is getreden) is het fenomeen staatsnatuurmonument geheel komen te vervallen; alle natuurmonumenten heten nu beschermde natuurmonumenten.
StreekplanEen streekplan is een document dat beschrijft wat er met de ruimte in (een deel van) een provincie mag gebeuren. Zo staat er in het streekplan onder meer waar steden en dorpen kunnen groeien en waar ruimte is voor landbouw, natuur en recreatie. Het kader voor streekplannen wordt geboden door landelijke plannen: de planologische kernbeslissingen. Het streekplan biedt op zijn beurt een kader, op lokaal niveau, voor bestemmingsplannen.
- V
Verslechtering en verstoringVerslechtering is de aantasting van een habitat, zoals afname van oppervlakte of kwaliteit of de versnippering van het gebied. En verstoring heeft betrekking op diersoorten en wordt vaak gemeten naar intensiteit, duur en frequentie. Er is sprake van verstoring indien de soort het gevaar loopt niet langer een levensvatbare component van de natuurlijk habitat te blijven.
Verslechterings- en verstoringstoetsDe vergunningverlening binnen de Natuurbeschermingswet 1998 gaat uit van het nee-tenzij-beginsel. Alleen wanneer vast staat dat een plan of project geen negatief effect heeft op een gebied kan er een vergunning worden verleend. Binnen de vergunningverlening zijn er twee toetsingsmogelijkheden: de passende beoordeling en de verslechterings- en verstoringstoets. Wanneer significante effecten niet uitgesloten kunnen worden of onzeker zijn, moet er een passende beoordeling worden uitgevoerd. Wanneer significante effecten uitgesloten kunnen worden, maar er wel negatieve effecten kunnen optreden, wordt er een verslechterings- en verstoringstoets uitgevoerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om een vergunning voor een eenmalige wadloopexcursie. Maar deze toets mag geen ontsnapping zijn aan de zwaardere toetsing van de passende beoordeling! In dit onderzoek wordt bekeken of er wellicht verslechtering of verstoring op zal treden wanneer de vergunning verleend zou worden. Als er mogelijk negatieve effecten zijn, kan een vergunning alleen verleend worden als de effecten aanvaardbaar zijn. Wat als aanvaardbaar gezien moet worden, zal in de toekomst blijken.
Verzoek tot handhavingIn een principe heeft de overheid de plicht om te handhaven; om de naleving van regels af te dwingen. In sommige gevallen laat de overheid dit echter achterwege. Als u belanghebbende bent en u last ondervindt van het feit dat de overheid niet handhaaft, dan kunt u een officieel verzoek tot handhaving indienen. U verzoekt de overheid dan om ervoor te zorgen dat de regels worden nageleefd.
Wanneer er niet gereageerd wordt op uw verzoek tot handhaving, dan kunt u hiertegen een bezwaarschrift indienen bij hetzelfde overheidsorgaan. Vervolgens, als een reactie weer uitblijft, kunt u in beroep gaan.
Wanneer u het niet eens bent met de reactie op uw verzoek tot handhaving, kunt u hiertegen ook een bezwaarschrift indienen bij hetzelfde overheidsorgaan. Wanneer dit geen resultaten oplevert, kunt u
Als u een situatie vaststelt waarin de regels niet worden nageleefd en de overheid doet hier niets aan, dan kunt u bij het overheidsorgaan dat hier de verantwoordelijkheid voor draagt, een verzoek tot handhaving indienen. U verzoekt de overheid dan om ervoor te zorgen dat de regels worden nageleefd. Wanneer er niet gereageerd wordt op uw verzoek of wanneer u het niet eens bent met de reactie, kunt u een bezwaarschrift indienen bij de overheid die u heeft verzocht te handhaven. Wanneer dit geen resultaten oplevert kunt u in beroep gaan.
VogelrichtlijngebiedDit is een beschermd natuurgebied dat door de overheid is aangewezen onder de Vogelrichtlijn. Het gebied kan worden aangewezen vanwege het voorkomen van bepaalde belangrijke vogelsoorten. Het gebied wordt beschermd door de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Natuurbeschermingswet 1998.
Klik hier voor de 'Leidraad Natuurbeschermingswet 1998' voor meer informatie over de bescherming van de Vogelrichtlijngebieden.
VogelwerkgroepenOver heel Nederland verspreid zijn zo'n 250 vogelwerkgroepen actief. Deze groepen maken geen deel uit van Vogelbescherming Nederland, maar zijn geheel zelfstandig. Wel is er over en weer contact en kunnen de groepen bij Vogelbescherming terecht voor advies, onder andere op het gebied van juridische onderwerpen. Vogelwerkgroepen hebben verschillende activiteiten. Sommige groepen zijn vooral gespitst op natuurbeleving, vogels kijken en excursies geven, andere beschermen actief vogels door nestkasten op te hangen, samen te werken met boeren om weidevogels te sparen en aantallen en soorten vogels in een gebied te inventariseren.
Ook worden (ruimtelijke) ontwikkelingen goed in de gaten gehouden, zodat er actie kan worden ondernomen om projecten met negatieve gevolgen tegen te gaan. Dat kan onder andere door het doen van aangifte en het indienen van bezwaar en beroep. Het voordeel is dat een Vogelwerkgroep een stichting of vereniging is en vanwege haar rechtspersoonlijkheid en doelstellingen aangemerkt wordt als belanghebbende in een procedure.
Klik hier voor meer informatie over Vogelwerkgroepen.
Voorlopige voorzieningAls u een bezwaarschrift heeft ingediend of bij de rechtbank in beroep bent gegaan, dan blijft het besluit waar u tegen in actie komt van kracht. Een afgegeven kapvergunning die ook gebruikt wordt kan dus, lopende de procedure, tot onherstelbare schade leiden. Om dit te voorkomen, kunt u een voorlopige voorziening aanvragen. U vraagt dan eigenlijk aan de rechter om een tijdelijke maatregel op te leggen. Zo'n maatregel kan bestaan uit het tijdelijk schorsen van het besluit vanwege een spoedeisend belang (de onherstelbare schade). De schorsing van het besluit geldt dan totdat er officieel besloten is op uw bezwaar of beroep.
Voor een dergelijke procedure moet griffierecht betaald worden. Wanneer u in het gelijk gesteld wordt, kunt u dit geld echter terugkrijgen van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. U dient dit wel op tijd in de procedure aan te geven (zie ook: Kort geding)
VrijstellingIndien een wettelijke regeling een verbod bevat, bijvoorbeeld het doden van vogels, dan bestaan hier vaak uitzonderingen op. Een uitzondering kan de vorm hebben van een ontheffing, een vergunning of een vrijstelling. Bij een ontheffing en een vergunning is er sprake van een persoon die de uitzondering voor zijn persoonlijke situatie heeft aangevraagd. Bij een vrijstelling is er sprake van een door de overheid verleende uitzondering aan een grote groep personen; bijvoorbeeld een vrijstelling aan alle grondgebruikers om kraaien te bejagen.
Vrijstellingslijsten; provinciale en landelijkeProvinciale en landelijke vrijstellingslijsten worden opgesteld om grondgebruikers de mogelijkheid te bieden om beschermde diersoorten die op deze vrijstellingslijsten staan, te verjagen of te doden om zo schade te voorkomen aan bijvoorbeeld landbouwgewassen.
Er is een landelijke vrijstelling waarop diersoorten staan die in heel Nederland belangrijke schade aanrichten. En er zijn provinciale vrijstellingslijsten die verschillen per provincie. Om gebruik te kunnen maken van de landelijke of provinciale vrijstelling moet er voldaan worden aan de hierna beschreven voorwaarden.
» Meer informatie
- W
Wetland‘Wetland' betekent letterlijk ‘nat gebied'. Belangrijke natte vogelgebieden in Nederland zijn bijvoorbeeld de Waddenzee en de Oostvaardersplassen. Deze gebieden worden vaak beschermd door het speciaal daarvoor bedoelde Wetlandsverdrag, oftewel de Ramsar Conventie. Daar gaat echter weinig direct effect van uit. Wetlandgebieden zijn gelukkig ook aangewezen als Vogelrichtlijngebied of Habitatrichtlijngebied. Deze regelingen bieden wel veel directe bescherming.
WetlandWachtenWetlandWachten zijn vrijwilligers die belangrijke natte vogelgebieden (de wetlands) in de gaten houden; per gebied is er één WetlandWacht en in totaal zijn er ongeveer tachtig. WetlandWachten gaan zelfstandig te werk, maar ze zijn wel aangesloten bij een landelijk netwerk dat door Vogelbescherming Nederland wordt aangestuurd. Op hun beurt zijn de WetlandWachten vaak aangesloten bij een vogelwerkgroep waardoor het gebied door meerdere mensen wordt gemonitord.
WetlandWachten zijn mensen met veel ervaring en kennis, zodat zij snel in de gaten hebben wanneer zaken dreigen mis te gaan. In het gebied hebben ze een signaleringsfunctie, trachten ze het plaatselijke beleid te beïnvloeden en ondernemen ze zonodig acties, waaronder soms het starten van juridische procedures. Bij de constatering van ernstige bedreigingen wordt de hulp van Vogelbescherming ingeschakeld en kan er gezamenlijk een strategie bepaald worden.
Klik hier voor meer informatie over het WetlandWachtennetwerk.
Wezenlijke invloed (als in de Flora- en faunawet)In de Flora- en faunawet worden soms uitzonderingen toegestaan op voorwaarde dat een wezenlijke invloed uitgesloten kan worden. Onder wezenlijke invloed wordt het volgende verstaan:
- Een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde diersoort. Het dient per geval bepaald te worden of sprake is van een wezenlijke invloed.
- Of daar sprake van is, hangt af van de lokale, regionale, landelijke en Europese populatie van de diersoort. Het hangt af van de zeldzaamheid van de soort naar welk niveau gekeken moet worden, lokaal tot wereldwijd. Een zeer zeldzame soort zal in ieder geval op lokaal niveau bezien moeten worden.
- Daarnaast is het van belang of de populatie een negatief effect zélf teniet kan doen. Bijvoorbeeld doordat er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen, zal de invloed eerder wezenlijk zijn.
- Als het negatieve effect van tijdelijke aard is, kan de betreffende populatie van de soort zich gemakkelijker herstellen dan wanneer het gaat om een aanhoudend negatief effect.
- Z
ZienswijzeSoms wordt er door een overheidsorgaan niet direct een definitief besluit genomen, maar komt er eerst een ontwerp-besluit. Mensen kunnen dan een zienswijze insturen, waarin ze kunnen beargumenteren waarom ze het niet eens zijn met (bepaalde delen van) het voorgenomen besluit. Deze punten kunnen dan nog worden meegenomen in het definitieve besluit.
Belangrijk is dat zienswijzen niet altijd door iedereen kunnen worden ingediend, maar soms alleen door belanghebbenden. Wanneer u later in bezwaar of beroep wilt gaan tegen een besluit en het in een eerder stadium mogelijk was om zienswijzen in te dienen, dan is het verplicht om dit te doen, anders bent u later niet-ontvankelijk in uw bezwaar of beroep. Verder wordt er altijd een termijn gesteld waarbinnen de zienswijzen ingediend moeten zijn. Hierna wordt uw reactie niet meer meegenomen.
Zorgvuldig handelenZorgvuldig handelen kan soms als vereiste gelden binnen de Flora- en faunawet om gebruik te kunnen maken van een uitzondering op een van de verboden.
» Meer informatie
Zorgvuldig handelen houdt in dat alle mogelijke schade aan dieren en planten moet worden voorkomen. Wat dat in de praktijk betekent verschilt uiteraard van geval tot geval. De werkwijze kan bijvoorbeeld worden aangepast - bijvoorbeeld: van binnen naar buiten maaien of een talud afdekken - of er kunnen compenserende maatregelen genomen worden, zoals het creëren van vervangende broed- of foerageergelegenheid.